Montageanleitung Montagehandleiding - zum Rolladen-Fenster-Shop
←
→
Transkription von Seiteninhalten
Wenn Ihr Browser die Seite nicht korrekt rendert, bitte, lesen Sie den Inhalt der Seite unten
WGM 2030/2020 Design Montageanleitung Montagehandleiding Wichtige Hinweise für den Fachhändler. Montageanleitung ist zu lesen und zu beachten. Belangrijke aanwijzingen voor de vakhandelaar. De montage- en bedieningshandleidingen dienen goed doorgelezen en in acht genomen te worden. www.weinor.de
Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
2Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
Inhaltsverzeichnis Seite Inhoudsopgave pagina
1. Werkzeugliste 4 1. Gereedschapslijst 5
2. Explosionszeichnung WGM 2020 Design 6 2. Explosietekening WGM 2020 Design 6
3. Funktionszeichnung 10 3. Functietekening 10
3.1 Verklaring van de afzonderlijke onderdelen
3.1 Erläuterung der Einzelteile und Angabe von
en vermelding van de afmetingen 11
Funktionsmaßen 11
4. Veiligheidsinstructies 12
4. Sicherheitshinweise 12
4.1 Doorlezen van de montage- en
4.1 Lesen der Montage- und Bedienungsanleitungen 12 bedieningshandleidingen 12
4.2 Qualifikation 12 4.2 Kwalificatie 12
4.3 Transport 12 4.3 Transport 12
4.4 Hochziehen mit Seilen 13 4.4 Ophijsen met touwen 13
4.5 Konsolenmontage 13 4.5 Montageconsolen 13
4.6 Befestigungsmittel 13 4.6 Bevestigingsmiddelen 13
4.7 Aufstiegshilfen 13 4.7 Klimmateriaal 13
4.8 Beveiliging tegen vallen 13
4.8 Absturzsicherung 13
4.9 Elektroaansluiting 14
4.9 Elektroanschluss 14
4.10 Gedeeltelijk gemonteerde zonneschermen 14
4.10 Teilmontierte Markisen 14
4.11 Gebruik 14
4.11 Bestimmungsgemäße Verwendung 14
4.12 Ongecontroleerde bediening 14
4.12 Unkontrollierte Bedienung 14 4.13 Verkorte montagebeschrijving voor
4.13 Montageablauf für WGM 2030/2020 Design WGM 2030/2020 Design 15
vereinfacht 15 5. Montage van een vlak scherm 16
5. Montage einer Flachanlage 16 5.1 Montage van de montagesteunen,
5.1 Montage der Stützfüße, der Profile und de profielen en de bevestiging van de kast 17
der Kastenbefestigung 17 5.2 Montage en in de juiste positie brengen
5.2 Montage und Ausrichten der Profile und van de kast 18
des Kastens 18 5.3 Montage van de afstandsbuis 19
5.3 Montage des Distanzrohres 19 5.4 Het aanbrengen en spannen van de draad 20
5.4 Das Einlegen und Spannen des Seiles 20 5.5 Het spannen van de draad 22
6. Montage van een gebogen scherm
5.5 Das Spannen des Seiles im Servicefall 22
WGM 2020 Design 23
6. Montage einer Bogenanlage WGM 2020 Design 23 7. Montage van een WGM met meerdere
7. Montage einer WGM mit mehreren Feldern 24 schermen 24
8. Besondere Montagefälle 26 8. Speciale montage-gevallen 26
8.1 Montage in einer Nische 26 8.1 Montage in een nis 26
8.2 Montage in einer Laibung 26 8.2 Montage tussen kozijnen 26
8.3 Verticale montage 27
8.3 Senkrechte Montage 27
8.4 Montage van schuin omhooglopende schermen 27
8.4 Montage hochfahrender Anlagen 27
8.5 Motorafstelling 28
8.5 Motoreinstellung 28
9. Proefdraaien 28
9. Probelauf 28
9.1 Gevaar voor verwondingen 29
9.1 Quetsch- und Scherbereich 29 9.2 Aansluiten van zonnecel en windmeter 29
9.2 Anschluss von Sonnen- und Windwächter 29 9.3 Functiecontrole van het zonnescherm 29
9.3 Funktionsprüfung der Anlage 29 10. Analyse van eventueel optredende storingen 31
10. Fehleranalyse 30 11. Oplevering 32
11. Übergabe 32 11.1 Concept opleveringsprotocol 34
11.1 Vorschlag Übergabeprotokoll 33 12. Reparaties 35
12. Reparaturen 35 12.1 Vervangen van de motor
(behalve bij montage in een nis) 35
12.1 Motorwechsel (außer Nischenmontage) 35
12.2 Het verwisselen van het doek 36
12.2 Tuchwechsel 36
Conformiteitsverklaring 39
EU-Konformitätserklärung 38 Verdere weinor producten 40
Weitere weinor Produkte 40
WGM 2030 Design ist immer eine Flachanlage ohne Bogen. WGM 2030 Design is altijd een vlakscherm.
WGM 2020 Design ist immer eine Bogenanlage. WGM 2020 Design is altijd een boogscherm.
3Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
1. Werkzeugliste
Nachfolgend ist das Werkzeug aufgeführt, welches Sie zum Zu-
sammenbau der WGM 2030/2020 Design benötigen. Werkzeuge,
die Sie zum Befestigen der WGM auf der Unterkonstruktion, zum
Montieren des Zubehörs (z. B. Sonnen- und Windwächter), oder
zu deren elektrischen Anschluss benötigen, sind nur teilweise auf-
geführt.
Werkzeug/Hilfsmittel Größe Verwendung
• Maul-, Ringschlüssel oder Ratsche 8 • Verschrauben des Kastendaches an den
Kopfplatten
10 • Befestigung der Transportprofile an den
Kopf- und Mittelplatten
• Befestigung der Endkappen an den
Transportprofilen
• Klemmen des Kastenbodens in der
Kastenklammer
13 • Befestigung der Stützfüße an den
Transportprofilen
• Befestigung der Distanzrohre an den
Transportprofilen
• Befestigung der Winkel an der
Kastenklammer
• Kreuzschraubendreher 2 • Verschrauben des Ausfallprofildeckels und
des Einlaufnockens oben am Ausfallprofil
• Inbusschlüssel SW 3 • Verbinden der Transportprofilsegmente
bei Bogenanlagen
SW 4 • Klemmen der Seilklemme
• Klemmen des Universalstützfußes
SW 5 • Klemmen des Universalstützfußes
• Verbinden der zwei Mittelplatten
SW 6 • Spannen der Anlage mit dem Getriebe
• Verbinden zweier Anlagenteile über die
Klemmung in der Tuchwelle
• Bohrmaschine, Bohrer • Befestigungslöcher für die
Befestigungsmittel bohren
• Stift • Kennzeichnung der Bohrlöcher
• Maßband 5m • Messen der Stützfußpositionen
• Seil oder Maurerschnur mind. 8 m • diagonales Vermessen der Anlage
• Messer • Abtrennen des Seiles nach dem Spannen
der Anlage
• Feuerzeug • Verschmelzen der Seilenden
• Silikon • Befestigungsschrauben zur
Unterkonstruktion abdichten
• Motoreinstellset • Einstellen der Endlagen des Ausfallprofils
• Funktionsprüfung der Anlage
• Brett, Saugnäpfe • bessere Montage
• Schutz von Glaskonstruktionen
4Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
1. Gereedschapslijst
In deze lijst wordt al het gereedschap aangegeven, dat voor de
montage van de WGM 2030/2020 Design nodig is. Gereedschap,
dat u voor het bevestigen van de WGM op de onderconstructie,
de montage van de accessoires (bijv. zonnecel en windmeter) of
voor de elektrische aansluiting daarvan nodig heeft, wordt maar
gedeeltelijk aangegeven.
Gereedschapslijst/hulpmiddel formaat toepassing
• verstelbare sleutel, ringsleutel of ratel 8 • vastschroeven van het kastdak aan de
kopplaten
10 • bevestigen van de tranportprofielen aan
de kop- en middenplaten
• bevestigen van de eindkappen aan de
transportprofielen
• klemmen van de kastbodem in de kastklem
13 • bevestigen van de montage-steunen aan
de tranportprofielen
• bevestigen van de afstands-buis aan de
transportprofielen
• bevestigen van de hoeken aan de kastklem
• kruiskopschroevendraaier 2 • vastschroeven van de deksel van het uit-
valprofiel en de inloopnok boven aan het
uitvalprofiel
• inbussleutel SW 3 • verbinden van de segmenten v. h.
transportprofiel bij gebogen schermen
SW 4 • klemmen van de draadklem
• klemmen van de universele montagesteun
SW 5 • klemmen van de universele montagesteun
• verbinden van de 2 middenplaten
SW 6 • spannen van het zonnescherm met de
aandrijving
• verbinden van twee delen van het zonne-
scherm via de klemmen in de doekas
• boormachine, boor • bevestigingsgaten voor de bevestigings-
middelen boren markeer
• stift • aftekenen van de boorgaten
• rolbandmaat 5m • het uitmeten van de bevestigingsplaatsen
van de montage
• steunen touw min 8 m • diagonaal uitmeten van het zonnescherm
• mes • afsnijden van het draad na het spannen
van het zonnescherm
• aansteker • dichtsmelten van de draaduiteinden
• silikonenkit • afdichten van de bevestigingsschroeven
bij de onderconstructie
• motor-afstelset • afstellen van de eindposities van het
uitvalprofiel
• het functioneren van het zonnescherm
controleren
• plank/zuignappen • voor een optimale montage
• als bescherming van glasconstructies
52.
68
11 37
㛯㛯㛯
49 6
65 38 53
52 48
72 76
10 18
50
42
Explosionszeichnung
74 31
78 86 60
34 32
33 73
14 15
16 81
88
5 79
22 84
4 64
85
17 93
24
WGM 2030/2020 Design
62
7 79
41 30 92 57 45
75 49
6
36
63
2.
67 25
13 23 90
55 66
54 69
12 47
28 19 51
91 3
27 89
20
44
40
71
39
Explosietekening
35 29
56
82
21 65 8
9 80
43
65 83 46
77
87 26 2
70 73
Montageanleitung
58 59
1
Montagehandleiding
61Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
1 Abdeckkappe SW13 1 Afdekkap SW13
2 Abdeckstopfen B10/8 x 6,3 2 Afdekplug B10/8 x 6,3
3 Abdeckstopfen B13/10 x 6,7 3 Afdekplug B13/10 x 6,7
4 Adapter 70 x 70 4 Adapter 70 x 70
5 Adaptersicherung links 5 Adapterzekering links
6 Adaptersicherung rechts 6 Adapterzekering rechts
7 Aluminiumrohr 60 x 3 7 Aluminium buis 60 x 3
8 Ausfallprofil 8 Uitvalprofiel
9 Befestigungsschlitten 2 x M8 x 22 x 80 x 14,5 x 120 9 Bevestigingsslede 2 x M8 x 22 x 80 x 14,5 x 120
10 Befestigungswinkel 40 x 40 x 5 x 40 Kasten 10 Bevestigingshoek 40 x 40 x 5 x 40 kast
11 Befestigungswinkel 40 x 40 x 5 x 80 Kasten 11 Bevestigingshoek 40 x 40 x 5 x 80 kast
12 Blindniet DIN 7337-A4 x 10 12 Blindnagel DIN 7337-A4 x 10
13 Blindniet DIN 7337-A5 x 10 13 Blindnagel DIN 7337-A5 x 10
14 Bürste IBS 175 m RB 4,8 GH 12 14 Borstel IBS 175 m RB 4,8 GH 12
15 Dachhalteroberteil 30 mm mech. Bearb. 15 Bovendeel dakhouder 30 mm mech. bewerking
16 Dachhalterunterteil 30 mm mech. Bearb. 16 Onderdeel dakhouder 30 mm mech. bewerking
17 Deckel rechts mech. bearb. 17 Deksel rechts mech. bewerking
18 Deckel-Kopfplatte rechts mech. bearb. 18 Deksel-kopplaat rechts mech. bewerking
19 Deckelprofil für Ausfallprofil 19 Dekselprofiel voor uitvalprofiel
20 Distanzrohreinsatz D60 x 44 20 Inzetstuk afstandsbuis D60 x 44
21 Distanzrohrhalter mit Bolzen 21 Afstandsbuishouder met bout
22 DUB-Bundbuchse BB1212DUB 22 DUB-flensmof BB1212DUB
23 Eiformklemme 23 Eivormklem
24 Einlaufnocke 24 Inloopnok
25 Einlaufnocke oben 25 Inloopnok boven
26 Endkappe mech. Bearb. 26 Eindkap mech. bewerking
27 Federaufnahme 27 Veeropname
28 Federschutz 28 Veerbeveiliging
29 Fischerdübel S8 29 Fischerdeuvel S8
30 Gewindestift DIN 914-M4 x 8 30 Draadpen DIN 914-M4 x 8
31 Gleitklebeband 5423 148 x 25 mm 31 Glijtape 5423 148 x 25 mm
32 Gleitklebeband 5423 148 x 51 mm 32 Glijtape 5423 148 x 51 mm
33 Gleitlagerklemmteil 60 mm mech. Bearb. 33 Glijlagerklemdeel 60 mm mech. bewerking
34 Gleitlagerschale 60 mm mech. bearb. 34 Glijlagerschaal 60 mm mech. bewerking
35 Halfenschraube M8 x 20 35 Halfenschroef M8 x 20
36 Kastenbodenprofil 36 Kastbodemprofiel
37 Kastendachprofil 37 Kastbedekkingsprofiel
38 Kastenklammer 16 mm 38 Kastnietjes 16 mm
39 Keder 6,0 mm 39 Rand 6,0 mm
40 Kegelradgetriebe 1:1 mit kurzer Spindel 40 Kegelwieltransmissie 1:1 met korte spil
41 Kopfplatte links mech. bearb. 41 Kopplaat links mech. bewerking
42 Kopfplatte rechts mech. bearb. 42 Kopplaat rechts mech. bewerking
43 Laufwagen links mech. Bearb. 43 Loopwagen links mech. bewerking
44 Laufwagen rechts mech. Bearb. 44 Loopwagen rechts mech. bewerking
45 Laufwagenachse gestaucht 45 Loopwagenas gestuikt
46 Laufwagenrolle mit Ansatz 46 Loopwagenrol met aanzet
47 Laufwagenrolle ohne Ansatz 47 Loopwagenrol zonder aanzet
48 Linsen-Blechschr. DIN 7981-3,9 x 13-C-A2-H 48 Lensplaatschroef DIN 7981-3,9 x 13-C-A2-H
49 Linsen-Blechschr. DIN 7981-3,9 x 9,5-C-A2-H 49 Lensplaatschroef DIN 7981-3,9 x 9,5-C-A2-H
50 Linsen-Blechschr. DIN 7981-4,2 x 13-C-A2-H 50 Lensplaatschroef DIN 7981-4,2 x 13-C-A2-H
51 Messingrolle 51 Messingrol
52 Motor 52 Motor
53 Motoradapter Somfy Orea 53 Motoradapter Somfy Orea
54 Passscheibe DIN 988 A2 10 x 16 x 1 54 Sluitring DIN 988 A2 10 x 16 x 1
55 Polyesterleine 5 mm grau 55 Polyesterlijn 5 mm grijs
56 Raendelbolzen D8 x 21 56 Kartelbout D8 x 21
57 Rolle D33 57 Rol D33
58 Rändelbolzen D8 x 51 58 Kartelbout D8 x 51
59 Scheibe DIN 9021-6,4-A2 59 Sluitring DIN 9021-6,4-A2
60 Scheibe DIN 9021-6,4-PA6 60 Sluitring DIN 9021-6,4-PA6
61 Scheibe DIN 125A-10,5 x 20 x 1 61 Sluitring DIN 125A-10,5 x 20 x 1
62 Scheibe DIN 125A-4,3-A2 62 Sluitring DIN 125A-4,3-A2
63 Scheibe DIN 125A-5,3-A2 63 Sluitring DIN 125A-5,3-A2
64 Scheibe DIN 125A-6,4-A2 64 Sluitring DIN 125A-6,4-A2
65 Scheibe DIN 125A-8,4-A2 65 Sluitring DIN 125A-8,4-A2
66 Schlitten 23,5 x 13 x 3 M6 x 14 66 Slede 23,5 x 13 x 3 M6 x 14
67 Schnappmuffe 8 x 12,7 67 Klikbevestiging 8 x 12,7
68 Sechskant-Blechschraube DIN 7976-5,5 x 13 68 Zeskant-plaatschroef DIN 7976-5,5 x 13
69 Sechskantmutter DIN 934-M6 69 Zeskantmoer DIN 934-M6
70 Sechskantmutter DIN 934-M8 70 Zeskantmoer DIN 934-M8
71 Sechskantmutter selbstsichernd DIN 985-M8 71 Zeskantmoer zelfborgend DIN 985-M8
72 Sechskantschraube DIN 933-M6 x 35 72 Zeskantschroef DIN 933-M6 x 35
73 Sechskantschraube DIN 933-M6 x 8 73 Zeskantschroef DIN 933-M6 x 8
74 Sechskantschraube DIN 933-M8 x 30 74 Zeskantschroef DIN 933-M8 x 30
75 Seilblock mit Blechwirbel 75 Kabelblok met plaatstalen slinger
76 Seiltrommel 76 Kabeltrommel
77 Senk-Bl.-Schr. DIN 7982-ST4,2 x 16-C-A2-H 77 Verzonken plaatschroef DIN 7982-ST4,2 x 16-C-A2-H
78 Senkschraube mit ISK DIN 7991-M6 x 14 78 Verzonken schroef met ISK DIN 7991-M6 x 14
79 Sicherungsring DIN 471-10 x 1 79 Borgring DIN 471-10 x 1
80 Sicherungsscheibe DIN 6799-5-A2 80 Sluitring DIN 6799-5-A2
81 Spannstift DIN ISO 8752-5 x 60-A2 81 Spanpen DIN ISO 8752-5 x 60-A2
82 Spanplattenschraube mit Senkkopf 6 x 50 82 Spaanplaatschroef met verzonken kop 6 x 50
83 Stützfuß modern 150 mm 83 Steunvoet modern 150 mm
84 Transportprofil Quick 84 Transportprofiel Quick
85 Tuchwelleneinsatz 85 mm NE 85-2:12 85 Inzetstuk doekas 85 mm NE 85-2:12
86 Tuchwellenprofil 85 x 1,25 86 Doekasprofiel 85 x 1,25
87 Umlenkrolle D33 87 Omlegrol D33
88 Umlenkrolle D34 x 33 88 Omlegrol D34 x 33
89 Umlenkrolle D40 89 Omlegrol D40
90 Vorspanngabel 90 Voorspanvork
91 Zugfeder 4,25 mm LK 80 mm, 1 Öse 91 Trekveer 4,25 mm LK 80 mm, 1 oog
92 Zugfeder 4,25 mm LK 80 mm, 2 Ösen 92 Trekveer 4,25 mm LK 80 mm, 2 ogen
93 Zyl.-Schr. mit ISK DIN 6912 M8 x 50 93 Cilinderschroef met ISK DIN 6912 M8 x50
7Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
Explosionszeichnung Kopfplatte rechts Explosionszeichnung Kopplungsstelle
Explosietekening kopplaat rechts Explosietekening koppelingspunt
9 12 4 6 1 7 2 11
3
5
1 4 2 8 2 6 7
5 9 10 3 13 8
1 Kopfplatte rechts mech. bearb. 1 Deckel-Mittelkopfplatte links
2 Passscheibe DIN 988 A2 10 x 16 x 1 2 Deckel-Mittelkopfplatte rechts
3 Scheibe DIN 9021-6,4-PA6 3 Endkappe Kopplung mechanische Bearbeitung
4 Schnappmuffe 8x12,7 4 Gleitbuchse
5 Sechskantschraube DIN 933-M6 x 8 5 Kopplungsprofil Quick
6 Sicherungsring DIN 471-10 x 1 6 Mittelkopfplatte komplett links
7 Spannstift DIN ISO 8752-5 x 60-A2 7 Mittelkopfplatte komplett rechts
8 Umlenkrolle D34 x 33 8 Nutbolzen Endkappe Kopplung
9 Bolzen fetten 9 Rändelbolzen D8 x 51
Andere Seite wird spiegelbildlich montiert 10 Scheibe DIN 125A-8,4-A2
11 Tuchwelleneinsatz Klemmseite
12 Tuchwelleneinsatz mit Bolzen
13 Umlenkrolle D33
1 Kopplaat rechts mech. bewerking 1 Deksel-middenkopplaat links
2 Sluitring DIN 988 A2 10 x 16 x 1 2 Deksel-middenkopplaat rechts
3 Sluitring DIN 9021-6,4-PA6 3 Eindkap koppeling mechanische bewerking
4 Klikbevestiging 8 x 12,7 4 Geleidebus
5 Zeskantschroef DIN 933-M6 x 8 5 Koppelingsprofiel Quick
6 Borgring DIN 471-10 x 1 6 Middenkopplaat compleet links
7 Spanpen DIN ISO 8752-5 x 60-A2 7 Middenkopplaat compleet rechts
8 Omlegrol D34 x 33 8 Groefbout eindkap koppeling
9 Bout smeren 9 Kartelbout D8 x 51
De andere zijde wordt in spiegelbeeld gemonteerd 10 Sluitring DIN 125A-8,4-A2
11 Inzetstuk doekas klemzijde
12 Inzetstuk doekas met bout
13 Omlegrol D33
8Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
Explosionszeichnung Mittelkopfplatte links Explosionszeichnung Mittelkopfplatte rechts
Explosietekening middenkopplaat links Explosietekening middenkopplaat rechts
6
8
4
5
6
7
3 2 2 1
1 4 5 4 3 2
1 Mittelkopfplatte links mech. Bearb. 1 Mittelkopfplatte rechts mech. Bearb.
2 Spannstift DIN ISO 8752-5 x 45-A2 2 Passscheibe DIN 988 A2 10 x 16 x 1
3 Sicherungsring DIN 471-10 x 1 3 Sicherungsring DIN 471-10 x 1
4 Passscheibe DIN 988 A2 10 x 16 x 1 4 Spannstift DIN ISO 8752-5 x 45-A2
5 Umlenkrolle D34 x 33 5 Umlenkrolle D34 x 33
6 Scheibe DIN 9021-6,4-PA6 6 Bolzen fetten
7 Sechskantschraube DIN 933-M6 x 8
8 Bolzen fetten
1 Middenkopplaat links mech. bewerking 1 Middenkopplaat rechts mech. bewerking
2 Spanpen DIN ISO 8752-5 x 45-A2 2 Sluitring DIN 988 A2 10 x 16 x 1
3 Borgring DIN 471-10 x 1 3 Borgring DIN 471-10 x 1
4 Sluitring DIN 988 A2 10 x 16 x 1 4 Spanpen DIN ISO 8752-5 x 45-A2
5 Omlegrol D34 x 33 5 Omlegrol D34 x 33
6 Sluitring DIN 9021-6,4-PA6 6 Bout smeren
7 Zeskantschroef DIN 933-M6 x 8
8 Bout smeren
9Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
3. Funktionszeichnung 3. Functietekening
10Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
3.1 Erläuterung der Einzelteile und Angabe von 3.1 Verklaring van de afzonderlijke onderdelen en vermelding
Funktionsmaßen van de afmetingen
Bogenanlage 2-Felder
gebogener scherm 2 velden
Linkes Anlagenteil
Rechtes (folgendes) Anlagenteil
linker scherm
rechter scherm
Achsmaß Achsmaß
asmaat asmaat
Kastendach
kastdak
Kopfplatte
kopplaat
Transportprofil
transportprofiel
Kopplungsprofil
koppelingsprofiel
Tuch
doek
Ausfallprofil
uitvalprofiel
Ausf
all (G
esam
uitva tabw
l icklu
238 ng)
182
Stützfuß
steunvoet
Distanzrohr und
Distanzrohrhalter
220
afstandsbuis met
afstandsbuis-holder
80
Laufwagen
87 loopwagen
Ausfallprofil
uitvalprofiel
80
Endkappe
eindkap
Flachanlage
vlakscherm
Stützfuß
steunvoet
85
120
80
11Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
4. Sicherheitshinweise 4. Veiligheidsinstructies
Sicherheitshinweise sind an entsprechender Stelle im Text zu Veiligheidsinstructies kunt u op de betreffende plaats in de tekst
finden. Sie sind mit einem Symbol und einem Hinweistext gekenn- vinden. Deze zijn met een symbool en een daarnaar verwijzende
zeichnet. tekst aangegeven.
Wichtiger Sicherheitshinweis: Belangrijke veiligheidsinstructie:
Mit diesem Warndreieck sind Hinweise gekennzeichnet, Met deze waarschuwingsdriehoek zijn instructies aange-
die eine Gefahr angeben, welche zum Tod oder zu schwe- geven, die belangrijk zijn voor gevaren, die de dood of
ren Verletzungen führen kann, oder die für die Funktion ernstig letsel ten gevolge kunnen hebben of die voor het
der Markise wichtig sind. functioneren van het zonnescherm belangrijk zijn.
Wichtiger Sicherheitshinweis: Belangrijke veiligheidsinstructie:
Mit diesem Warndreieck sind Hinweise gekennzeichnet, Met deze waarschuwingsdriehoek zijn de instructies aan-
die eine Gefahr durch Stromschlag angeben, die zum Tod gegeven, die belangrijk zijn voor gevaren, die de dood of
oder zu schweren Verletzungen führen kann, oder die für ernstig letsel ten gevolge kunnen hebben door het feit,
die Funktion der Markise wichtig sind. dat men onder stroom kan komen te staan of die voor
㛯㛯㛯 het functioneren van het zonnescherm belangrijk zijn.
4.1 Lesen der Montage- und Bedienungsanleitungen 㛯㛯㛯
4.1 Doorlezen van de montage- en bedieningshandleidingen
Die Montage- und Bedienungsanleitungen sind zu lesen
und zu beachten. De montage- en bedieningshandleidingen dienen goed
㛯㛯㛯 doorgelezen en in acht genomen te worden.
4.2 Qualifikation 㛯㛯㛯
Die Montageanleitung richtet sich an den qualifizierten Monteur, 4.2 Kwalificatie
der über versierte Kenntnisse in folgenden Bereichen verfügt: De montagehandleiding is bestemd voor de gekwalificeerde
• Arbeitsschutz, Betriebssicherheit und Unfallverhütungsvorschriften monteur, die over vakkennis op de volgende gebieden beschikt:
• Umgang mit Leitern und Gerüsten • veiligheidsvoorschriften op de werkplek, bedrijfsveiligheid en
voorschriften m. b. t. ongevalpreventie
• Handhabung und Transport von langen, schweren Bauteilen
• het omgaan met ladders en steigers
• Umgang mit Werkzeugen und Maschinen
• het hanteren en transporteren van lange, zware bouwonderdelen
• Einbringung von Befestigungsmitteln
• het omgaan met gereedschappen en machines
• Beurteilung der Bausubstanz
• het aanbrengen van bevestigingsmiddelen
• Inbetriebnahme und Betrieb des Produktes
• het beoordelen van de montageondergrond
Wird über eine dieser Qualifikationen nicht verfügt, muss ein fach-
kundiges Montageunternehmen beauftragt werden. • het ingebruikstellen en de werking van het product
Indien de monteur over een van deze kwalificaties niet beschikt,
dient de montage door een erkend montagebedrijf uitgevoerd te
Elektroarbeiten:
worden.
Die elektrische Festinstallation muss gemäß VDE 100
durch eine zugelassene Elektrofachkraft erfolgen. Die
beigefügten Installationshinweise der mitgelieferten Elektro-werkzaamheden:
Elektrogeräte sind zu beachten. De elektrische installatie dient overeenkomstig VDE 100
㛯㛯㛯 door een erkende elektro-installateur uitgevoerd te
4.3 Transport worden. De bijgevoegde installatie-instructies van de
geleverde elektro-apparatuur dienen in acht genomen
Die zulässigen Achslasten und das zulässige Gesamtge-
te worden.
wicht für das Transportmittel dürfen nicht überschritten
werden. Durch Zuladung kann sich das Fahrverhalten des 㛯㛯㛯
Fahrzeugs ändern. 4.3 Transport
Das Transportgut ist sachgerecht und sicher zu befestigen. Die Ver- De toegestane asbelasting en het toegestane totale
packung der Markise ist vor Nässe zu schützen. Eine aufgeweichte gewicht voor het transportmiddel mogen niet overschreden
Verpackung kann sich lösen und zu Unfällen führen. Die zum worden. Door overbelading kan het rijgedrag van het
Zwecke der Wareneingangskontrolle geöffnete Verpackung muss voertuig veranderen.
für den Weitertransport wieder sachgerecht verschlossen werden. De lading dient deskundig en veilig bevestigd te worden. De
Die Markise ist nach dem Abladen seitenrichtig zum Anbringungs- verpakking van het zonnescherm dient tegen regen beschermd
ort zu transportieren, so dass diese nicht mehr unter engen Platz- te worden. Nat geworden verpakking kan loslaten en dit kan tot
verhältnissen gedreht werden muss. Der Hinweis auf dem Marki- ongevallen leiden. Verpakking, die in verband met controle bij
senkarton mit Lage- oder Seitenangabe ist zu beachten. de ontvangst van de goederen geopend is, dient voor het verdere
transport vakkundig gesloten te worden.
Het zonnescherm dient bij het uitladen in de juiste positie voor de
montage naar de montageplek gebracht te worden, zodat het
scherm bij eventueel plaatsgebrek niet meer gedraaid hoeft te
worden. De instructie op de kartonnen verpakking i. v. m. de positie
van het zonnescherm in de verpakking dient in acht genomen te
worden.
12Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
4.4 Hochziehen mit Seilen 4.4 Ophijsen met touwen
Muss die Markisenanlage in einen höheren Bereich mit Als het zonnescherm met touwen omhoog getrokken
Hilfe von Seilen hochgezogen werden, so ist die Markise moet worden, dan dienen de volgende instructies in acht
• aus der Verpackung zu nehmen, genomen te worden:
• mit den Zugseilen so zu verbinden, dass diese nicht • de verpakking verwijderen,
herausrutschen kann, • de touwen op een dergelijke manier bij het zonnescherm
• in waagerechter Lage gleichmäßig hoch zu ziehen. aanbrengen, dat het scherm er niet uit kan glijden,
Entsprechendes gilt auch für die Demontage der Markise. • het scherm horizontaal gelijkmatig ophijsen.
㛯㛯㛯 Deze montagehandleiding is ook van toepassing voor de demontage
4.5 Konsolenmontage van het scherm.
Vor Beginn der Montage ist zu prüfen, 㛯㛯㛯
4.5 Montageconsolen
• ob die gelieferten Montagekonsolen in Art und Anzahl
mit der Bestellung übereinstimmen, Voor het begin van de montage controleren,
• ob die bei der Bestellung gemachten Angaben über • of de juiste soort en het juiste aantal consoles volgens
den Befestigungsuntergrund mit dem tatsächlich vor- de bestelling geleverd is,
gefundenem Befestigungsuntergrund übereinstimmen. • of de bij de bestelling verstrekte gegevens m. b. t. de
Sollten hierbei Abweichungen festgestellt werden, welche die bevestigingsondergrond met de werkelijk aangetroffen
Sicherheit beeinträchtigen, so darf die Montage nicht durchge- bevestigingsondergrond overeenkomen.
führt werden. Mochten hierbij afwijkingen geconstateerd zijn, die de veiligheid
㛯㛯㛯 nadelig kunnen beïnvloeden, dan mag de montage niet uitgevoerd
4.6 Befestigungsmittel worden.
Die Markise erfüllt die Anforderungen der im CE-Kon- 㛯㛯㛯
formitätszeichen angegebenen Windwiderstandsklasse. 4.6 Bevestigingsmiddelen
Im montierten Zustand erfüllt sie diese Anforderungen Het zonnescherm voldoet aan de eisen van de in het CE-
nur, wenn conformiteitsmerk aangegeven windweerstandsklasse
• die Markise mit der von weinor empfohlenen Art und (zie bedieningshandleiding). In gemonteerde toestand
Anzahl Konsolen montiert ist voldoet het scherm aan deze eisen als
• het zonnescherm met de door de fabrikant
geadviseerde soort en aantal consoles gemonteerd is,
weinor GmbH & Co. KG
Mathias-Brüggen-Straße 110
50829 Köln weinor GmbH & Co. KG
Mathias-Brüggen-Straße 110
11 50829 Köln
EN 13 561 11
Markise für die Verwendung
im Außenbereich EN 13 561
Windwiderstandsklasse:
Zonnescherm voor
Klasse 2 toepassing buiten
Windweerstandsklasse:
klasse 2
㛯㛯㛯
4.7 Aufstiegshilfen
Aufstiegshilfen dürfen nicht an der Markise angelehnt 㛯㛯㛯
oder befestigt werden. Sie müssen einen festen Stand 4.7 Klimmateriaal
haben und genügend Halt bieten. Verwenden Sie nur Klimmateriaal mag niet tegen het zonnescherm gezet
Aufstiegshilfen, die eine ausreichend hohe Tragkraft of daaraan bevestigd worden. Klimmateriaal moet stevig
haben. staan en genoeg houvast bieden. Gebruik uitsluitend
㛯㛯㛯 klimmateriaal, dat voldoende draagkracht heeft.
4.8 Absturzsicherung 㛯㛯㛯
4.8 Beveiliging tegen vallen
Bei Arbeiten in größeren Höhen besteht Absturzgefahr. Bij werkzaamheden op grotere hoogten bestaat gevaar
Es sind geeignete Absturzsicherungen zu nutzen. voor naar beneden vallen. Er dient voor geschikte beveili-
gingen gezorgd te worden.
13Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
4.9 Elektroanschluss 3.8 Elektro-aansluiting
Die Markise darf nur angeschlossen werden, wenn die Het zonnescherm mag alleen aangesloten worden als de
Angaben auf der Kennzeichnung an der Markise gegevens op het scherm en/of de gegevens in de bijge-
und/oder den Angaben in der beiliegenden Montagean- voegde montagehandleiding met de stroombron over-
leitung mit der Stromquelle übereinstimmen. Die Kenn- eenkomen.
zeichen bzw. Angaben müssen zumindest Werte über Een elektronische, vaste aansluiting mag uitsluitend maar gebeu-
Spannung, Frequenz und Leistung erhalten. ren aan netten die zijn uitgerust met een alpolige scheidingsvoor-
Ein elektrischer Festanschluss darf ausschließlich an Leitungsnetze ziening met een contactopeningsbreedte van minstens 3 mm.
erfolgen, welche mit einer allpoligen Trennvorrichtung mit De bijgevoegde montage-instructies van de geleverde onderdelen
mindestens 3 mm Kontaktöffnungsweite ausgestattet sind. dienen in acht genomen te worden.
Die beigefügten Montagehinweise der mitgelieferten elektrischen 㛯㛯㛯
Komponenten sind zu beachten. 4.10 Gedeeltelijk gemonteerde zonneschermen
㛯㛯㛯 Bij zonneschermen, die gedeeltelijk op de fabriek ge-
4.10 Teilmontierte Markisen monteerd zijn, zijn de onderdelen, die onder veerspanning
Bei werksseitig teilmontierten Markisen sind die unter staan (zie kenmerking) tegen openen beveiligd. Deze
Federspannung stehenden Teile (siehe Kennzeichnung) beveiliging mag pas na de complete montage verwijderd
gegen unbeabsichtigtes Öffnen gesichert. Diese Siche- worden.
rung darf erst nach der kompletten Montage entfernt Er bestaat ernstig gevaar voor verwondingen door de onderdelen
werden. van het zonnescherm, die onder veerspanning staan!
Es besteht eine hohe Verletzungsgefahr durch die unter Feder- 㛯㛯㛯
spannung stehenden gekennzeichneten Markisenteile! 4.11 Gebruik
㛯㛯㛯 Zonneschermen mogen uitsluitend als zonwering toege-
4.11 Bestimmungsgemäße Verwendung past worden. Veranderingen, zoals bijv. toevoegingen, die
Markisen dürfen nur als Sonnenschutz eingesetzt werden. niet door weinor voorzien zijn, mogen alleen met schrif-
Veränderungen, wie An- und Umbauten, die nicht von telijke toestemming van weinor aangebracht worden.
weinor vorgesehen sind, dürfen nur mit schriftlicher Ge- Extra belasting van het zonnescherm door hier bijv. andere voor-
nehmigung von weinor vorgenommen werden. werpen aan te hangen of verandering van de draadspanning kan
Zusätzliche Belastungen der Markise durch angehängte Gegen- tot beschadiging of het naar beneden vallen van het zonnescherm
stände oder durch Seilabspannungen können zu Beschädigungen leiden en is daarom niet toegestaan.
oder zum Absturz der Markise führen und sind daher nicht zulässig. 㛯㛯㛯
㛯㛯㛯 4.12 Ongecontroleerde bediening
4.12 Unkontrollierte Bedienung Bij werkzaamheden binnen het uitloopbereik van het
Bei Arbeiten im Fahrbereich der Markise muss die auto- zonnescherm moet de automatische besturing uitgescha-
matische Steuerung ausgeschaltet werden. Es besteht keld worden. Er bestaat gevaar voor verwonding of naar
Quetsch- und Absturzgefahr. beneden vallen.
Zusätzlich muss sichergestellt sein, dass die Markise nicht unbeab- Bovendien moet ervoor gezorgd worden, dat het scherm niet per
sichtigt manuell bedient werden kann. Hierzu ist die Stromzufuhr ongeluk bediend kan worden. Hiertoe dient de stroom uitgescha-
zu unterbrechen, z. B. Sicherungen auszuschalten oder die Stecker- keld te worden.
kupplung am Motor zu trennen. Als zonneschermen door meerdere personen bediend worden
Werden Markisen von mehreren Nutzern betrieben, muss eine moet een vergrendelingsmechanisme (gecontroleerde stroomon-
vorrangig schaltende Verriegelungsvorrichtung (kontrollierte derbreking buiten) geïnstalleerd worden, dat het in- en uitlopen
Stromunterbrechung von außen) installiert werden, die jegliches van het zonnescherm onmogelijk maakt.
Ein- und Ausfahren der Markise unmöglich macht.
14Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
Pict 4.1 Pict 4.2 Pict 4.3 Pict 4.4
Pict 4.5 Pict 4.6 Pict 4.7
4.12 Montageablauf für WGM 2030 Design vereinfacht 4.12 Verkorte montagebeschrijving voor
Spannsystem ist bereits voreingefädelt. So geht es: WGM 2030 Design
• Stützfüße anzeichnen, bohren und befestigen. De draad is al in het spansysteem aangebracht. De montage
geschiedt op de volgende wijze:
• Transportprofil befestigen.
• Steunvoeten markeren, boren en bevestigen.
• Seil in die Nut der Kopfplatte stecken (Pict 4.1 und 4.2).
• Transportprofiel bevestigen.
• Laufwagen in das Transportprofil einführen und Kasten auf-
stecken (Pict 4.2). • Draad in de gleuf van de kopplaat steken (Pict 4.1 en 4.2).
• Kopfplatte mit Schraube am Transportprofil klemmen. • Loopwagen in het transportprofiel aanbrengen en kast erop
zetten (Pict 4.2.
• Kabelbinder entfernen (Pict 4.3).
• Kopplaat met schroef op het transportprofiel klemmen
• Endkappe auf das Transportprofil aufstecken und befestigen
(Endkappe Kopplung, Pict 4.7). • Kabelverbinding verwijderen (Pict 4.3).
• Seil im Ausfallprofil straffziehen und Schraube der Seilklemme • Eindkap op het transportprofiel steken en bevestigen
festziehen (das Seil zieht sich selbstständig in die Transport- (koppeling eindkap, Pict 4.7).
profile, Pict 4.4). • Draad in de uitvalprofiel strak trekken en schroef van de
• Seile mit Knoten hinter der Seilklemme sichern. draadklem vastdraaien (de draad trekt vanzelf de transport-
profielen in, Pict 4.4).
• Netzschlauch über die Seilklemme ziehen (Pict 4.4).
• Draden met knoop achter de draadklem borgen.
• Prüfen, ob das Seil über alle Umlenkrollen läuft (Pict 4.5).
• Netslang over de draadklem trekken (Pict 4.4).
• Markise ausfahren und Vorspannband entfernen (Pict 4.6).
• Controleren of de draad over alle omkeerrollen loopt (Pict 4.5).
• Motorendlage programmieren.
• Zonnescherm uit laten lopen en voorspanband verwijderen
• Markise einfahren und Federspannangaben überprüfen.
(Pict 4.6).
• Ausfallprofildeckel (ggf. auch Auflaufnocken) montieren.
• Eindpositie motor programmeren.
• Markise Probefahren.
• Zonnescherm in laten lopen en gegevens veerspanning
• Fertig! controleren.
• Deksel uitvalprofiel (eventueel ook oploopnok) monteren.
• Zonnescherm proef laten draaien.
• Klaar!
15Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
min. 270 min. 80 min. 270 ca. 20
max. 350
V1
44
max. 2000 max. 800
max. 2100
80
Pict 5.1 Pict 5.2 Pict 5.3
44
V3
44
V2
80
Pict 5.4 Pict 5.5
5. Montage einer Flachanlage 5. Montage van een vlak scherm
Vor Beginn der Montage ist zu prüfen, Voor het begin van de montage controleren,
• ob die gelieferten Montagekonsolen in Art und Anzahl • of de juiste soort en het juiste aantal consoles volgens
mit der Bestellung übereinstimmen, de bestelling geleverd is,
• ob die bei der Bestellung gemachten Angaben über • of de bij de bestelling verstrekte gegevens m. b. t. de
den Befestigungsuntergrund mit dem tatsächlich vor- bevestigingsondergrond met de werkelijk aangetroffen
gefundenem Befestigungsuntergrund übereinstimmen. bevestigingsondergrond overeenkomen.
Sollten hierbei Abweichungen festgestellt werden, welche die Mochten hierbij afwijkingen geconstateerd zijn, die de veiligheid
Sicherheit beeinträchtigen, so darf die Montage nicht durchge- nadelig kunnen beïnvloeden, dan mag de montage niet uitgevoerd
führt werden. worden.
㛯㛯㛯 㛯㛯㛯
5.1 Montage der Stützfüße, der Profile und der 5.1 Montage van de montagesteunen, de profielen en de
Kastenbefestigung bevestiging van de kast
Der Abstand der Befestigungspunkte darf 2000 mm nicht De afstand tussen de bevestigingspunten mag niet groter
überschreiten (Pict 5.1 und 5.2). zijn dan 2000 mm (Pict 5.1 en 5.2).
Es wird zwischen 3 Befestigungsarten unterschieden Er zijn drie verschillende bevestigingsvarianten (Pict 5.3 en 5.4)
(Pict 5.3 und 5.4) • Variant 1 (V1): kast vrijdragend (Pict 5.3),
• Variante 1 (V1): Kasten freitragend (Pict 5.3), • Variant 2 (V2): kastbevestiging op de onderconstructie (Pict 5.4),
• Variante 2 (V2): Kastenbefestigung auf der Unterkonstruktion • Variant 3 (V3): kastbevestiging tegen de muur (Pict 5.4).
(Pict 5.4),
• Variante 3 (V3): Kastenbefestigung an der Wand (Pict 5.4).
Variant 1 (Pict 5.3)
• Bevestigingsslede met montagesteun in de gleuf van het trans-
Variante 1 (Pict 5.3) portprofiel schuiven (Pict 5.5).
• Befestigungsschlitten mit Stützfuß in die Nut des Transport- • Montagesteunen over het transportprofiel verdelen (rekening
profils schieben (Pict 5.5). houden met de afstanden (Pict 5.1 en 5.2)) en vastschroeven.
• Stützfüße auf das Transportprofil verteilen (Abstandsmaße
beachten (Pict 5.1 und 5.2) und verschrauben.
16Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
min. 10 max. 200 44
V3
44
V2
80
80
Pict 5.6 Pict 5.7 Pict 5.8 Pict 5.9
Pict 5.10
• Transportprofil mit den Stützfüßen auf die Unterkonstruktion • Transportprofiel met de montagesteunen op de onderconstructie
stellen und Bohrpositionen kennzeichnen (als Maß in der Breite zetten en de boorgaten aftekenen (als maat in de breedte geldt
gilt das angegebene Achsmaß; Platzbedarf für den Kasten de aangegeven asmaat, rekening houden met de benodigde
beachten). ruimte voor de kast).
• Befestigungslöcher für die Stützfüße auf der Unterkonstruktion • Bevestigingsgaten voor de montagesteunen op de ondercon-
bohren. structie boren.
• Stützfüße mit dem Transportprofil entsprechend dem Achsmaß • Montagesteunen met het transportprofiel op de onderconstructie
auf die Unterkonstruktion schrauben, Bohrlöcher gleichzeitig schroeven. Boorgaten tegelijk met het inschroeven van de
mit dem Einschrauben der Schrauben abdichten (Silikon). schroeven afdichten (silikonenkit).
Es ist auch möglich, zuerst die Bohrposition zu kennzeichnen und Het is ook mogelijk eerst de boorgaten af te tekenen en daarna
danach die Stützfüße und das Transportprofil zu verschrauben. de montagesteunen en het transportprofiel aan elkaar vast te
schroeven.
Variante 2 (Pict 5.6)
• Stützfüße und Transportprofil entsprechend Variante 1 befestigen. Variant 2 (Pict 5.6)
• Befestigungswinkel und Kastenklammer miteinander verschrau- • Montagesteunen en transportprofiel volgens variant 1 bevestigen.
ben (Pict 5.7). • Bevestigingshoek en kastklem aan elkaar vastschroeven (Pict 5.7).
Der seitliche Abstand der Kastenbefestigung von der De afstand aan de zijkant tussen de kastbevestiging en
Kopfplatte darf maximal 200 mm betragen (Pict 5.8). de kopplaat mag maximaal 200 mm bedragen (Pict 5.8).
• Kastenbefestigung so weit wie gewünscht auf der Unterkonstruk- • De kastbevestiging, zo ver als dit gewenst is, op de ondercon-
tion an die Wand schieben, rechts und links ausrichten und structie tegen de muur schuiven, rechts en links in de juiste
Bohrloch kennzeichnen. positie brengen en het boorgat aftekenen.
• Loch bohren und Kastenbefestigung an der Unterkonstruktion • Gat boren en de kastbevestiging aan de onderconstructie
verschrauben. vastschroeven.
Variante 3 (Pict 5.9) Variant 3 (Pict 5.9)
• Stützfüße und Transportprofil entsprechend Variante 1 befestigen. • Montagesteunen en transportprofiel volgens variant 1 bevestigen.
• An eine Kastenklammer 2 Befestigungswinkel schrauben (Pict 5.10). • Aan een kastklem 2 bevestigingshoeken schroeven (Pict 5.10).
Der seitliche Abstand der Kastenbefestigung von der De afstand aan de zijkant tussen de kastbevestiging en de
Kopfplatte darf maximal 200 mm betragen (Pict 5.8). kopplaat mag maximaal 200 mm bedragen (Pict 5.8).
• Kastenbefestigung auf der Unterkonstruktion an die Wand • Kastbevestiging op de onderconstructie tegen de muur schuiven
schieben und Bohrlöcher kennzeichnen. en boorgaten aftekenen.
• Löcher bohren und Kastenbefestigung an der Wand • Gaten boren en kastbevestiging aan de muur vastschroeven.
verschrauben.
17Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
2
V3
1 L1 = L2
1
L1
2 L2
V2
V2
Pict 5.11 Pict 5.12 Pict 5.13 Pict 5.14
Tab 1 Achsmaß in cm Tab 1 asmaat in cm
bis 300 301 bis 650 tot 300 301 tot 650
Parallel ± 0,3 cm ± 0,5 cm parallel ± 0,3 cm ± 0,5 cm
Horizontal – 0,4 cm bis + 1,0 cm horizontaal – 0,4 cm tot + 1,0 cm
Diagonal 1 cm diagonaal 1 cm
5.2 Montage und Ausrichten der Profile und des Kastens 5.2 Montage en in de juiste positie brengen van de kast
Variante 1 (Pict 5.11) Variant 1 (Pict 5.11)
• Transportprofile nach dem Achsmaß ausrichten (Tab 1) und • Transportprofiel aan de hand van de tabel met asmaten
verschrauben. (zie tab. 1) in de juiste positie brengen en vastschroeven.
• Vormontierten Kasten auf die Unterkonstruktion heben. • Voorgemonteerde kast op de onderconstructie tillen.
• Ausfallprofil mit dem Laufwagen in die Transportprofile • Uitvalprofiel met de loopwagen in de transportprofielen
einschieben und Kasten auf die Transportprofile aufstecken schuiven en de kast op de transportprofielen steken (Pict 5.11).
(Pict 5.11). • Transportprofiel met de schroef aan de kast klemmen.
• Transportprofil mit der Schraube an den Kasten klemmen. Het zonnescherm wordt nu, zo ver als dit gewenst is, tegen de
Die Anlage wird nun soweit wie gewünscht an die hintere achterkant van de serre geschoven.
Begrenzung des Wintergartens geschoben.
Variant 2 en 3 (Pict 5.12)
Variante 2 und 3 (Pict 5.12) • Bevestigingsslede bij de montagesteunen losmaken.
• Befestigungsschlitten an den Stützfüßen lösen. • Transportprofielen zo ver terugschuiven, dat de kast in de
• Transportprofile soweit zurückschieben, dass der Kasten in die kastklemmen ingedraaid kan worden.
Kastenklammern eingedreht werden kann. • Transportprofiel met een schroef bij de montagesteun tegen
• Transportprofil mit einer Schraube am Stützfuß gegen verrutschen verschuiven vastzetten.
sichern. • De voorgemonteerde kast op de onderconstructie tillen.
• Vormontierten Kasten auf die Unterkonstruktion heben. • Kast in de kastklemmen indraaien en vastschroeven (Pict 5.12).
• Kasten in die Kastenklammern eindrehen und verschrauben • Transportprofielen naar de kast schuiven en het uitvalprofiel
(Pict 5.12). met de loopwagen erin steken (Pict 5.13).
• Transportprofile zum Kasten schieben und das Ausfallprofil mit • Transportprofielen in de kast steken.
dem Laufwagen einführen (Pict 5.13).
• Transportprofiel met de schroef aan de kast klemmen.
• Transportprofile auf die Aufnahme im Kasten stecken.
Om een perfect functioneren van het zonnescherm te garanderen,
• Transportprofil mit der Schraube an den Kasten klemmen. is het van groot belang, dat dit in de juiste positie gebracht wordt
Um eine sichere Funktion der Anlage garantieren zu können, ist (tab 1). Tenslotte worden de montagesteunen aan het transport-
auf das Ausrichten besonders Wert zu legen (Tab 1). Zum Schluss profiel vastgeschroefd.
werden die Stützfüße mit dem Transportprofil fest verschraubt. Door diagonaal te meten, wordt gecontroleerd of het zonnescherm
Die Rechtwinkligkeit der Anlage prüft man durch diagonales rechthoekig is (Pict 5.14). Indien noodzakelijk het zonnescherm
Messen (Pict 5.14). Wenn notwendig, ist die Anlage nochmals nogmaals in de juiste positie brengen.
auszurichten.
18Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
Distanzrohrhalter
Afstandsbuishouder
L1 = L2
bei Montage gebohrt
bij montage geboord
L2
L1
bei Montage gebohrt
bij montage geboord
Distanzrohr
afstandsbuis
Ø 5,2 Ø 5,2
Pict 5.15
Pict 5.16 Pict 5.17
5.3 Montage des Distanzrohres 5.3 Montage van de afstandsbuis
Wird ein Distanzrohr mitgeliefert, so ist dieses auch an Indien er een afstandsbuis bijgeleverd wordt, dan moet
der Anlage anzubringen. deze ook gemonteerd worden.
• Distanzrohr in der Mitte der Transportprofile befestigen • Afstandsbuis in het midden van de afstandsprofielen bevestigen
(Pict 5.15). (Pict 5.15).
Auf Wunsch oder bei großen Anlagen wird ein „Distanzrohr oben“ Indien gewenst of bij grotere zonneschermen wordt er een
mitgeliefert. Die Anbringung ist in den Pict 5.16 und Pict 5.17 afstandsbuis voor boven bijgeleverd. De montage hiervan is
dargestellt. op de Pict 5.16 en 5.17 weergegeven.
19Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
be l
d
Zugfeder Vorspannhilfsband
or ie
el
trekveer voorspanband
vo isp Pict 5.27
Be
Pict 5.26
linke Seite rechte Seite
linke zijde rechte zijde
Pict 5.28 Pict 5.29 Pict 5.30 Pict 5.31
5.4 Das Einlegen und Spannen des Seiles 5.4 Het aanbrengen en spannen van de draad
Die folgenden Arbeiten sind auf beiden Seiten der Anlage De volgende werkzaamheden dienen aan beide zijden van het
durchzuführen. Die Anlage verbleibt im eingefahrenem Zustand. zonnescherm uitgevoerd te worden. Het zonnescherm bevindt
Alle WGM 2030/2020 Design Produkte werden vorgespannt zich in ingelopen toestand.
ausgeliefert, d. h. die eingestellte Vorspannung der Federn ent- Alle WGM 2030/2020 Design producten worden voorgespannen
spricht dem Wert L1 des Aufklebers im Ausfallprofildeckel geleverd d. w. z. de ingestelde voorspanning van de veren komt
(siehe Pict 5.26). overeen met de waarde L1 van de sticker in het deksel van het
Das Spannsystem steht unter Federspannung! Das uitvalprofiel (zie Pict 5.26).
Vorspannhilfsband (Pict 5.27) darf nicht vor dem Het spansysteem staat onder veerspanning. Het voor-
Verbinden der Seile gelöst werden! Das Getriebe kann spanband (Pict 5.27) mag niet voor het met elkaar
sonst zerstört werden! verbinden van de draden losgemaakt worden!
• Kopfplattendeckel abnehmen. Hierdoor kan de aandrijving ernstig beschadigd worden.
Das Seil muss mindestens 2 Wicklungen aufgerollt sein • Deksel van de kopplaat verwijderen.
und nebeneinander auf der Seiltrommel liegen. Die De draad moet minstens 2 x om de draadtrommel
Anzahl der Wicklungen muss auf beiden Seiten gleich gewikkeld zijn en er dient op gelet te worden, dat de
sein (Pict 5.28). draad niet over elkaar maar naast elkaar ligt. Het aantal
• Seilende am eingelegten Band befestigen. malen, dat de draad om de draadtrommel gewikkeld is,
dient aan beide zijden hetzelfde te zijn (Pict 5.28).
• Seil auf der Motorseite unter dem Endschalter einführen.
• Het uiteinde van de draad aan de voorspanband bevestigen.
• Seil mittels Band durch das Transportprofil ziehen (richtige
Kammer beachten, Pict 5.29). • Draad aan de motorzijde onder de eindschakelaar invoeren.
• Band entfernen. • Draad d. m. v. de band door het transportprofiel trekken
(Pict 5.29).
• Seil um die Umlenkrolle der Endkappe legen und Endkappe am
Transportprofil verschrauben. • Band verwijderen.
• Deckel des Ausfallprofils öffnen und den Deckel hinter das • Draad om de omlegrol van de eindkap leggen en eindkap aan
Ausfallprofil, mit der Innenseite nach oben, auf das Tuch legen. het transportprofiel vastschroeven.
• Seil bis zum Laufwagen ziehen. • Deksel van het uitvalprofiel openen en het deksel achter het uit-
valprofiel, met de binnenzijde naar boven, op het doek leggen.
• Seil hinter der Umlenkrolle in das Ausfallprofil einführen
(Pict 5.30 und Pict 5.31). • Draad tot de loopwagen doortrekken.
• Ausfallprofil vom Transportprofil wegdrücken und das Seil in • Draad achter de omlegrol in het uitvalprofiel invoeren (Pict 5.30
die Umlenkrolle des Laufwagens und über die 3-fach Rolle en Pict 5.31).
legen (Pict 5.31). • Uitvalprofiel van het transportprofiel wegdrukken en de draad
in de omlegrol van de loopwagen en over de 3-voudige rol
leggen (Pict 5.31).
20Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
Seilblock Seilklemme
draadblok draadklem
Feder Vorspanngabel
veer voorspanvork
Pict 5.32 Getriebe Umlenkrolle der Vorspanngabel
aandrijving omlegrol van de voorspanvork Der Einlaufnocken oben wird bei WGMs
mit einem Achsmaß von 5 m mitgeliefert.
Er ist nach dem Schließen des Ausfallpro-
fildeckels in der Mitte des Ausfallprofils
an den Deckel zu schrauben. Der Einlauf-
nocken und die Schraubeliegen im Bei-
pack. Das Loch im Ausfallprofildeckel ist
bereits vorhanden.
De inloopnok boven wordt bij de WGM’s
met een asmaat van 5 m meegeleverd.
Deze dient na het sluiten van het deksel
van het uitvalprofiel in het midden van
het uitvalprofiel op de deksel geschroefd
te worden. De inloopnok en de schroef
worden in extra verpakking bijgeleverd.
Het gat in het deksel van het uitvalprofiel
is al voorgeboord.
Pict 5.33 Pict 5.34
• Seil um die Umlenkrolle der Vorspanngabel und um den • Draad om de omlegrol van de voorspanvork en om het draad-
Seilblock der Feder legen (Pict 5.32). blok van de veer leggen (Pict 5.32).
• Seilklemmenummantelung (Netz) über ein Seil schieben. • Ommanteling van de draadklem (net) over de draad schuiven.
• Beide Seilenden mit der beiliegenden Seilklemme, ungefähr in • Beide uiteinden van de draad met de bijgeleverde draadklem,
der Mitte des Ausfallprofils verbinden (Pict 5.33). ongeveer in het midden van het uitvalprofiel, met elkaar
• Vor dem Festklemmen Seil nochmals per Hand straff ziehen und verbinden (Pict 5.33).
überprüfen, ob das Seil auf allen Umlenkrollen (Endkappe, Lauf- • Voor het vastklemmen de draad nogmaals met de hand strak
wagen Vorspanngabel, Seilblock und Kopfplatte) liegt. trekken en controleren of de draad op alle omlegrollen (eind-
• Nach dem Verbinden der Seilenden das Netz über die Seilklemme kap, loopwagen, voorspanvork, draadblok en kopplaat) ligt.
ziehen, mit den überstehenden Seilenden vor und hinter der • Nadat de uiteinden van de draad met elkaar verbonden zijn,
Seilklemme einen Knoten machen und das überstehende Seil het net over de draadklem trekken, met de uitstekende uit-
verstauen. einden van de draad voor en achter de draadklem een knoop
• Mit einem Feuerzeug die Seilenden verschmelzen. maken en de uitstekende draad wegstoppen.
• Danach die Federn mit dem Getriebe soweit entspannen, dass • Met een aansteker de uiteinden van de draad dichtsmelten.
das Vorspannband locker wird (nicht über den Spindelanschlag • Daarna de veren met de aandrijving zover ontspannen, dat de
drehen!). voorspanband los wordt (niet over de aanslag van de spil
• Vorspannband zerschneiden und entfernen. draaien!)
• Federlänge mit dem Wert L1 (Aufkleber auf dem Ausfallprofil- • Voorspanband stuk snijden en verwijderen.
deckel (Pict 5.26)) vergleichen und notfalls mit dem Getriebe • Veerlengte met de waarde L1 (sticker op het deksel van het
nach- oder entspannen. uitvalprofiel (Pict 5.26)) vergelijken en indien nodig met de
• Ausfallprofildeckel schließen und am Ausfallprofil verschrauben; aandrijving bij- of ontspannen.
über 5 m Achsmaß wird ein Einlaufnocken oben mitgeliefert, er • Deksel van het uitvalprofiel sluiten en aan het uitvalprofiel vast-
ist zusammen mit dem Deckel in der Mitte am Ausfallprofil zu schroeven. Boven 5 m asmaat wordt een inloopnok voor boven
verschrauben (Pict 5.34). bijgeleverd. Deze dient samen met het deksel in het midden aan
• Stopfen in das Getriebeloch stecken. het uitvalprofiel vastgeschroefd te worden (Pict 5.34).
• Stop in het gat van de aandrijving steken.
21Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
Pict 5.35 Pict 5.36
L1
Pict 5.37 Pict 5.38
Differenz in mm
10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 130 140 150 160
verschil in mm
Umdrehungen
7 13 20 27 34 40 47 54 60 67 74 80 87 94 101 107
omwentelingen
Pict 5.39 Beispiel
voorbeeld
5.5 Das Spannen des Seiles im Servicefall 5.5 Het spannen van de draad
Das nachfolgend beschriebene Spannen wird notwendig, wenn De onderstaande beschrijving voor het spannen van de draad is
kein Vorspannband mehr zur Verfügung steht, z. B. Motorwechsel, nodig in die gevallen, waarin de voorspanband verwijderd is,
Tuchwechsel o. ä. bijv. bij vervanging van de motor, vervanging van het doek enz.
• Das Ausfallprofil ca. 10 cm vor den Kasten fahren. • Het uitvalprofiel ca 10 cm voor de kast uit laten lopen.
• Seil entsprechend Pict 5.35 einlegen und Netz über ein Seilende • Draad overeenkomstig Pict 5.35 aanbrengen en het net over een
ziehen. uiteinde van de draad trekken.
• Beide Seilenden in der Mitte des Ausfallprofils mit der Seilklemme • Beide uiteinden van de draad in het midden van het uitvalprofiel
verbinden und Schraube der Seilklemme so anziehen, dass sich met de draadklem met elkaar verbinden en de schroef van de
das Seil noch durch die Klemme ziehen lässt (Pict 5.36). draadklem zo aantrekken, dat de draad nog door de klem
• Federlänge L1 im Ausfallprofil kennzeichnen. getrokken kan worden (Pict 5.36).
• Seilenden per Muskelkraft soweit straff ziehen, bis die Feder- • Veerlengte L1 in het uitvalprofiel markeren.
länge L1 erreicht ist. • Uiteinden van de draad met de hand strak trekken tot de
• Seilklemme in diesem Moment fest anziehen (Pict 5.37). veerlengte L1 bereikt is.
• Länge der beiden Federn messen (Pict 5.38). • Op het moment, dat deze veerlengte bereikt is, de draadklem
vast aantrekken (Pict 5.37).
• Gemessene Werte mit L1 auf dem Aufkleber im Ausfallprofil-
deckel (Pict 5.26, Abs. 5.4) vergleichen. • Lengte van de beide veren meten (Pict 5.38).
• Differenz der zwei Werte ermitteln. • Gemeten waarden met L1 op de sticker in het deksel van het
uitvalprofiel (Pict 5.26, punt 5.4) vergelijken.
• In der Tabelle im Ausfallprofildeckel die Getriebeumdrehungs-
zahl ermitteln (Pict 5.39). • Het verschil tussen de twee waarden bepalen.
• Mit dem Getriebe die Federn soweit spannen oder entspannen • In de tabel in het deksel van het uitvalprofiel het aantal
bis der Wert L1 erreicht ist. omwentelingen van de aandrijving bepalen (Pict 5.39).
Ausfallprofildeckel schließen und am Ausfallprofil verschrauben; • Met de aandrijving de veren zover spannen of ontspannen
über 5 m Achsmaß wird ein Einlaufnocken oben mitgeliefert, er ist tot de waarde L1 bereikt is.
zusammen mit dem Deckel in der Mitte am Ausfallprofil zu ver- Deksel van het uitvalprofiel sluiten en aan het uitvalprofiel vast-
schrauben (Pict 5.34, Abs. 5.4). Stopfen in das Getriebeloch stecken. schroeven. Boven 5 m asmaat wordt een inloopnok voor boven
bijgeleverd. Deze dient samen met het deksel in het midden aan
het uitvalprofiel vastgeschroefd te worden (Pict 5.34, punt 5.4).
Stop in het gat van de aandrijving steken.
22Montageanleitung
WGM 2030/2020 Design
Montagehandleiding
㛯㛯㛯
Verbindungsstück
verbindingsstuk L1 = L2
Transportprofil
transportprofiel
L1
L2
Befestigungsschlitten
bevestingingsslede
Pict 6.1 Pict 6.2 Pict 6.3
6. Montage einer Bogenanlage WGM 2020 Design 6. Montage van een gebogen scherm WGM 2020 Design
Die Transportprofile von Bogenanlagen werden größtenteils in De transportprofielen van gebogen schermen worden voor het
Segmenten ausgeliefert und müssen vor und hinter den Bögen grootste gedeelte in segmenten aangeleverd en deze moeten
miteinander verbunden werden (Pict 6.1). voor en achter de bogen met elkaar verbonden worden (Pict 6.1).
Die ersten Arbeitsschritte erfolgen entsprechend Abs. 5.1. Zu De eerste handelingen dienen volgens punt 5.1 verricht te worden.
beachten ist, dass vorerst nur die Transportprofile auf der Unter- Er dient op gelet te worden, dat eerst alleen de transportprofielen
konstruktion befestigt werden, die sich direkt am Kasten befinden. op de onderconstructie bevestigd worden, die zich direkt aan de
Die Montage des Kastens erfolgt wie im Abs. 5.2 beschrieben, die kast bevinden. De montage van de kast geschiedt zoals bij punt 5.2
Transportprofile müssen aber noch nicht ausgerichtet werden. beschreven is. De transportprofielen moeten nog niet in de juiste
• Restliche Stützfüße montieren (unmittelbar vor und hinter positie gebracht worden.
dem Bogen einen Stützfuß setzen! (Pict 6.1)). • De overige montagesteunen monteren (direkt voor en achter
An der Kopplungsstelle zweier Transportprofile immer de boog een montagesteun plaatsen (Pict 6.1)).
einen Stützfuß setzen (Pict 6.1 und 6.2). Der Universal- Bij het koppelingspunt van twee transportprofielen altijd
stützfuß (Pict 6.6) kann dazu nicht verwendet werden. een montagesteun aanbrengen (Pict 6.1 en 6.2). De
• Alle Transportprofilsegmente an den Stützfüßen verschrauben universele montagesteun (Pict 6.6) kan daar niet voor
und die Transportprofilsegmente miteinander koppeln (Pict 6.2). gebruikt worden.
• Mit dem beiliegendem Band das Seil durch alle Transportprofil- • Alle transportprofielsegmenten aan de montagesteunen vast-
segmente ziehen (siehe Abs. 5.4). schroeven en de transportprofielsegmenten aan elkaar koppelen
(Pict 6.2).
• Anlage entsprechend ausrichten, Diagonale messen (Pict 6.3).
• Met de bijgeleverde band de draad door alle transportprofiel-
Danach wird das Seil entsprechend Abs. 5.3 in der Anlage verlegt
segmenten trekken (punt 5.4).
und die Anlage gespannt.
• Zonnescherm in de juiste positie brengen en de diagonalen
Die Montage von Distanzrohren im Flachbereich erfolgt entspre-
meten (Pict 6.3).
chend Abs. 5.3.
Daarna wordt de draad overeenkomstig punt 5.3 in het zonnscherm
aangebracht en gespannen.
De montage van afstandsbuizen in het vlakke gedeelte van het
zonnescherm gschiedt volgens punt 5.3.
23Sie können auch lesen