Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs

Die Seite wird erstellt Svenja Wunderlich
 
WEITER LESEN
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
Modale werkwoorden Duits ADLdef

Auteur             Frauke Joester

Laatst gewijzigd   09 february 2021

Licentie           CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie

Webadres           https://maken.wikiwijs.nl/172950

                   Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is
                   hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
Inhoudsopgave

Modale werkwoorden in het Duits: kennen en toepassen
     Algemene instructie
     Leerdoelen
     'Modale werkwoorden' in het Nederlands

1. Kennisclip 1: De functie van de modale werkwoorden
2. Kennisclip 2: De betekenis van de modale werkwoorden
3. Kennisclip 3: De persoonsvormen van de modale werkwoorden
4. Kennisclip 4: de werkwoorden wissen' en 'möchten'
5. Diagnostische toets

6. Afsluitende toets Duitse modale werkwoorden, wissen en möchten
Bronnen
Over dit lesmateriaal

Pagina 1                                      Modale werkwoorden Duits ADLdef
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
Modale werkwoorden in het Duits: kennen en toepassen

Algemene instructie
Met deze studieset leer (of herhaal) je een aantal Duitse werkwoorden die je vaak nodig hebt als je met
Duitstalige klanten omgaat.
Deze werkwoorden noemen we 'modale werkwoorden'. Het zijn 'eigenwijze' woorden met een aantal
bijzonderheden.
Misschien ken je deze woordjes al en kun je ze ook al toepassen. Start daarom met de instaptoets.

Er zijn 4 kennisclips. Na elke video ga je aan de slag met oefenmateriaal en opdrachten. Voordat
doorgaat naar de volgende kennisclip is er weer een korte toets. Op basis van je score krijg je advies
hoe je verder kunt werken.

      Ken je de stof al heel goed, dan kun je stappen overslaan of kun je een extra uitdaging aan.
      Gaat het al best goed, dan ga je verder met de volgende opdracht.
      Een enkele keer is extra uitleg handig of een andere manier van oefenen. Ook dat vind je hier.

Leerdoelen
Aan het eind van deze oefenreeks:

Pagina 2                                                     Modale werkwoorden Duits ADLdef
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
weet je wat functie is van modale werkwoorden
      ken je de betekenis is van de Duitse modale werkwoorden
      ken je persoonsvormen van deze werkwoorden
      kun je deze werkwoorden correct spellen en uitspreken
      weet je hoe je deze werkwoorden in gesprekken met gasten en klanten gebruikt
      zie je met behulp van de diagnostische toets aan het einde welke vaardigheden je al heel goed
      beheerst en op welke onderdelen je nog kunt verbeteren.

'Modale werkwoorden' in het Nederlands
In het volgende Nederlandse gesprekje staan acht werkwoorden vet gedrukt. Om deze woorden gaat
het, maar dan in het Duits.
Je hebt deze werkwoorden vaak nodig. Met deze studieset leer je die werkwoorden kennen en
gebruiken.

Pagina 3                                                   Modale werkwoorden Duits ADLdef
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
De vet gedrukte woorden in dit gesprek zijn 'modale werkwoorden' (eigenlijk hoort weten er niet bij,
maar in het Duits is het even onregelmatig als de ander zeven werkwoorden, daarom nemen we het
mee) Je gebruikt deze woorden regelmatig. Waarvoor?
In kennisclip 1 krijg je hierover uitleg.

   Instaptoets
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548388

   Met de instaptoets krijg je inzicht in wat je al weet over modale werkwoorden in het Duits. Maak
   de toets om te bepalen hoe je verder kunt werken. Misschien kun je opdrachten overslaan.

   Welke persoonsvorm van het Duitse werkwoord 'mögen' is juist?
   Vink alle persoonsvormen aan die juist zijn.
   a. ich möge
   a. du magst
   a. wir magen
   a. sie/Sie mögen
   a. er mögt
   a. ihr mögt

   Geef de betekenis van de Duitse werkwoorden
   Vul de Nederlandse betekenis van het Duitse werkwoord in.

      1. mögen = _______________

Pagina 4                                                     Modale werkwoorden Duits ADLdef
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
2. sollen = _______________
     3. dürfen = _______________
     4. können = _______________
     5. wollen = _______________
     6. müssen = _______________
     7. möchten = _______________
     8. wissen = _______________

  Persoonlijk voornaamwoord
  Vul de Duitse vertaling in van het Nederlandse persoonlijk voornaamwoord.

     1. ik = _______________
     2. jij = _______________
     3. hij = _______________
     4. zij (enkelvoud) = _______________
     5. het = _______________
     6. wij = _______________
     7. jullie = _______________
     8. zij (meervoud) = _______________
     9. u = _______________

  Welk rijtje van het Duitse werkwoord 'wissen' is juist?
  Welk rijtje van het Duitse werkwoord 'wissen' is juist?
  a. ich wisse, du wisst, er wisset, wir wissen, ihr wisst, sie/Sie wissen
  a. ich weisse, du weisst, er weisst, wir wissen, ihr wisst, sie/Sie wissen
  a. ich weiße, du weißst, er weißt, wir weißen, ihr weißt, sie/Sie weißen
  a. ich weiß, du weißt, er weiß, wir wissen, ihr wisst, sie/Sie wissen

  Welke woorden zijn modale werkwoorden?
  Als je eerder Duits hebt gehad heb je misschien de modale werkwoorden al leren kennen. Welke
  van de onderstaande Duitse werkwoorden horen bij de modale werkwoorden?
  a. machen
  a. mögen
  a. möchten
  a. dürfen
  a. sein
  a. haben

  Nederlands - Duits

     1. Ich _______________ keine Schokolade. (lusten)
     2. _______________ich morgen ins Kino gehen? (mogen, toestemming hebben)
     3. Du _______________ gut kochen. (kunnen)
     4. _______________du wie spät es ist? (weten)
     5. Frau Wagner _______________einkaufen gehen. (willen)

Pagina 5                                                     Modale werkwoorden Duits ADLdef
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
6. Wir _______________ein Eis essen. (graag zouden willen)
      7. Ihr _______________heute Abend zu Hause bleiben. (moeten)
      8. Die Kinder _______________jetzt ins Bett gehen. (moeten, op bevel van een ander)

Heb je 22 tot 28 punten behaalt? Dan ken je de stof al vrij goed. Bekijk dan de vier kennisclips en
maak de diagnostische toets na elke clip. Bij de score van de diagnostische toetsen krijg je een
advies met welke opdrachten je verder kunt gaan. Soms moet je iets weer opfrissen, dan ga je een
opdracht terug.
Heb je minder dan 22 punten? Dan kun je het beste de opdrachten een voor een maken. Je maakt dan
ook de diagnostische toetsen tussendoor. Bij de score van de diagnostische toetsen krijg je een
advies hoe je het beste verder kunt gaan. Waar nodig krijg je extra uitleg of opdrachten aangeboden.

1. Kennisclip 1: De functie van de modale werkwoorden

Bekijk nu kennisclip 1

                             https://www.powtoon.com/embed/gaLoMzeGpTs/

Is alles duidelijk?
Doe dan de test!
Niet helemaal zeker?
Bekijk de kennisclip nog een keer.

   T Functie van de modale werkwoorden
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548392

   In kennisclip 1 is uitgelegd waarvoor je die werkwoorden gebruikt. Wat heb je onthouden?
   Nu volgen drie meerkeuzevragen over de modale werkwoorden.
   Lees de antwoorden goed. Soms zijn meerdere antwoorden juist. Vink alle juiste antwoorden aan.

   Vraag 3
   Wat weet je over het Duitse woord 'wissen' ? Er zijn meerdere antwoorden juist, maar welke?

Pagina 6                                                     Modale werkwoorden Duits ADLdef
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
a. Het is een modaal werkwoord.
  a. Het betekent 'wissen' of 'uitvegen' in het Nederlands.
  a. De persoonsvormen van 'wissen' worden op een vergelijkbare manier gemaakt als die van de
  modale werkwoorden.
  a. De Nederlandse vertaling is 'weten'.
  a. Het is geen modaal werkwoord.

  Vraag 1
  Wat wordt bedoeld met de uitdrukking 'modaal' werkwoord?
  a. het is een modern werkwoord
  a. het is een modieus werkwoord
  a. het is een werkwoord dat 'de manier waarop iets gebeurt' aangeeft
  a. het is een werkwoord dat vaak voorkomt

  Vraag 2
  Hoe worden modale werkwoorden meestal gebruikt?
  a. in de persoonsvorm
  a. als heel werkwoord
  a. in de persoonsvorm met erachter een ander heel werkwoord
  a. als heel werkwoord in combinatie met een ander heel werkwoord

Heb je 4 punten of meer? Dan ken je de functie van de modale werkwoorden vrij goed. Complimenten!
Ga dan naar kennisclip 2.
Heb je minder dan 4 punten behaald? Bekijk nog een keer kennisclip 1 en doe de toets nog een keer.
Ga dan verder met kennisclip 2.

In kennisclip 2 kom je alles te weten over de betekenis van de zes modale werkwoorden in het Duits.

2. Kennisclip 2: De betekenis van de modale werkwoorden

Bekijk nu kennisclip 2

                          https://www.powtoon.com/embed/eV9jUiLIDwj/

Denk je dat je de Duitse werkwoorden en hun Nederlandse betekenis nu al kent? Ga dan door naar de
diagnostische toets.
Wil je de beteknis oefenen? Gebruik dan de Quizlet kaarten in de volgende opdracht.
Niet helemaal zeker? Bekijk dan kennisclip 2 nog een keer.

Pagina 7                                                      Modale werkwoorden Duits ADLdef
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
Vind je het nog moeilijk om de werkwoorden en hun Nederlandse betekenis te onthouden? Noteer op
papier de zes werkwoorden in het Duits. Zet de Nederlandse betekenis erachter.
Ga dan oefenen met de Quizlet kaarten 'betekenis van de werkwoorden'.

Quizlet: oefen de betekenis van de 6 werkwoorden.
Hieronder staat een set van zes Quizlet kaarten.
Op elke kaart staat een modaal werkwoord in het Duits. Op de achterkant staat de Nederlandse
betekenis.
Bekijk eerst de kaarten. Klik erop om de voor- of achterkant te zien. Beluister de uitspraak door op
het symbool van de luidspreker te klikken.
Ga dan naar het menu onderaan 'kies een leermethode' .
Met de instelling 'leren' kun je oefenen.

Je kunt jezelf ook testen met de instelling 'test'.

                             https://quizlet.com/545069044/flashcards/embed?i=1m4qfm&x=1jj1

   DT Betekenis van de modale werkwoorden
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548397

  Deze diagnostische toets gaat over de betekenis van de modale werkwoorden.
  Je weet al:
  Sommige van deze werkwoorden lijken op hun Nederlandse broertjes en betekenen hetzelfde.
  Sommige lijken op Nederlandse werkwoorden, maar hebben een ander betekenis dan je zou

Pagina 8                                                     Modale werkwoorden Duits ADLdef
Modale werkwoorden Duits ADLdef - Wikiwijs
denken.
  Bij je score krijg je een advies hoe je verder kunt werken.

  Opdracht 1: Combineer de betekenissen D - NL
  Sleep het Duitse werkwoord naar de juiste Nederlandse vertaling.
  1. kann
  2. darf
  3. mag
  4. muss
  5. soll
  6. will

  a. mag, heeft toestemming
  b. moet (bevel) van een ander
  c. wil
  d. moet
  e. kan
  f. houdt van, vindt leuk, vindt lekker

  Opdracht 2: Broertjes of valse vrienden?
  Drie modale werkwoorden lijken in het Nederlands en het Duits sterk op elkaar.
  Voor welke combinatie van drie gaat dat op?
  a. darf , mag, will
  a. kann, muss, will
  a. soll, kann, mag
  a. muss, darf, soll

  Opdracht 3: Combineer de betekenis in zinnen
  Welke betekenis heeft het vetgedrukte werkwoord in de volgende zinnen?
  Combineer steeds een Duitse zin met de passende betekenis in het Nederlands.
  1. Peter kann tanzen.
  2. Richard will tanzen.
  3. Timo darf tanzen.
  4. Klaus soll tanzen.
  5. Mark muss tanzen.
  6. Bernd mag tanzen.

  a. hij mag dansen
  b. hij kan dansen
  c. hij moet (van een ander) dansen
  d. hij houdt van dansen
  e. hij wil dansen
  f. hij moet dansen

  Opdracht 4: Welk werkwoord past het best in deze zin?

Pagina 9                                                        Modale werkwoorden Duits ADLdef
Lees een zin eerst goed zodat je begrijpt waar het over gaat. Klik op een passend werkwoord en
  sleep het met de cursor naar de open plek in de zin.

  Sara _______ gut tanzen. Sie hat viele Tanz-Preise gewonnen.
  Thomas _______ noch nicht Auto fahren. Er ist erst 16 Jahre alt.
  Karin geht zum Supermarkt. Sie _______ Milch und Brot kaufen.
  Michael _______ noch lernen für das Examen.
  Paula _______ am liebsten Schokolade und Erdbeeren.
  Die Mutter sagt: Stefan _______ seine Hausaufgaben machen!

  Beschikbare keuzes:

  kann, muss, mag, will, darf, soll

  Extra uitdaging betekenis
  maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548398

  Je hebt de betekenis van de 6 werkwoorden al goed onthouden. Nu maar kijken of je ze in iets
  moeilijkere zinnen kunt toepassen.
  Neem de tijd, lees elke zin goed om te begrijpen waar het over gaat. Maak dan je keuze.

  Welke betekenis past in de zin?
  Lees eerst alle zinnen. Begin met de zin die je het makkelijkst vindt om aan te vullen. Sleep het
  ontbrekend woord naar het gaatje. Zet het neer met de cursor op de lijn.

     1. Katrin _______am Freitag arbeiten.
     2. Katrin _______am Samstag ins Kino gehen.
     3. Katrin _______Hotelmanagerin werden.
     4. Katrin _______das Hotel von ihren Eltern übernehmen.
     5. Katrin _______die Arbeit an der Rezeption.
     6. Katrin _______sehr gut mit dem Computer arbeiten.

  Beschikbare keuzes:

  will , soll , darf , muss , kann , mag

Pagina 10                                                   Modale werkwoorden Duits ADLdef
Welke betekenis past in de zin? Kies een van de twee betekenissen.
  Lees elke zin goed. Vertaal de zin in je hoofd. Welk van de twee werkwoorden past?Klik op de
  betekenis die het beste past.

      1. ​Darf Will der Junge ein Stück Torte essen?
      2. Mag Darf der Kellner die Speisekarte bringen?
      3. Soll Darf der Tisch gedeckt werden?
      4. KannMagder Gast zahlen?
      5. Mag Kann Irene Spinat?
      6. Irene darf muss keinen Spinat essen. Sie hat eine Allergie.

3. Kennisclip 3: De persoonsvormen van de modale
werkwoorden

Bekijk nu kennisclip 3.
Hier krijg je uitleg over de persoonsvorm van de modale werkwoorden.
Het kan handig zijn om aantekeningen maken. Houd daarom pen en papier bij de hand.

                          https://www.powtoon.com/embed/d6Kf2JIz4g0/

In de volgende opdracht fris je kort de persoonlijke voornaamwoorden op. Dan volgt een diagnostische
toets. Bij je score krijg je een advies hoe je verder kunt werken.

Even herhalen: ich, du, er, sie, es ...
Ken je de persoonlijke voornaamwoorden in het Duits goed?
Test jezelf met deze opdracht: Klik op de vergroot pijltjes in de rechter bovenhoek.
De opdracht wordt in een nieuw tabblad geopend. Heb je de opdracht gemaakt dan kun je het tabblad
sluiten en teruggaan naar dit lesarrangement.

                          https://learningapps.org/watch?v=pyzd45h1v20

Speciale tekens/letters typen
Bij sommige opdrachten moet je zelf typen. Voor de speciale letters ä, ü, ö en de Ringel-s => ß zijn er
handige toetscombinaties.

Pagina 11                                                     Modale werkwoorden Duits ADLdef
Quizlet sets van de zes modale werkwoorden
Er volgen nu zes sets van Quizlet kaarten aan, voor elk modaal werkwoord een set.
Met deze sets kun je de rijtjes van de werkwoorden leren, oefenen en je kennis testen.
Als je op het luidspreker symbool klikt, hoor je de goede uitspraak. Beluister de uitspraak en spreek
na. Dan gaat het leren een stuk sneller.
Na elke set maak je een kleine toets. Bij je score krijg je een advies hoe je verder kunt werken.

können
Gebruik de Quizlet kaarten om de persoonsvormen van können te oefenen.
Tip: de toetsencombinatie o-Umlaut = ö is: shift + ", dan typ je 'o'
Rechtsonder in de app kun je kiezen uit verschillende werkwijzen en de zelftest.
Maak daarna de diagnostische toets voor het rijtje van können.
Op basis van je score krijg je advies hoe je verder kunt gaan.

                             https://quizlet.com/463101870/flashcards/embed?i=1m4qfm&x=1jj1

   DT Het rijtje van 'können' = kunnen
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548405

  Ken je het rijtje van 'können'?

  Combineer persoon en persoonsvorm
  Sleep de persoonsvorm + kochen naar de passende persoon en maak de zin af.

Pagina 12                                                     Modale werkwoorden Duits ADLdef
1. du
  2. Sie (u)
  3. Ihr
  4. Der Koch
  5. Wer

  a. kann kochen?
  b. können kochen.
  c. kannst kochen.
  d. könnt kochen.
  e. kann kochen.

  Welke persoon past bij deze persoonsvorm van 'können'?
  Klik de persoon aan die bij de persoonsvorm past. Soms is meer dan een antwoord juist. Klik op
  alle juiste antwoorden.

      1. Ich Du Herr Müller kann heute Abend nicht kommen.
      2. Können ihr Sie Petra und Maria morgen in der Küche helfen?
      3. Kannst er du sie die Speisekarte bringen?
      4. Wir Ihr Sie können jetzt das Essen bestellen.
      5. Ihr Wir Sie könnt gerne auf die Party mitkommen.
      6. Ich Herr Schmidt Du kann mit dem Bus fahren.

dürfen
Gebruik de Quizlet kaarten om de persoonsvormen van dürfen te oefenen.
Tip: de toetsencombinatie u-Umlaut = ü is: shift + ", dan typ je 'u'
Rechtsonder in de app kun je kiezen uit verschillende werkwijzen en de zelftest.
Maak daarna de diagnostische toets voor het rijtje van dürfen.
Op basis van je score krijg je advies hoe je verder kunt gaan.

                             https://quizlet.com/459478464/flashcards/embed?i=1m4qfm&x=1jj1

   DT Het rijtje van 'dürfen' = mogen, toestemming
   hebben
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548407

  Ken je het rijtje van 'dürfen'?

  Combineer persoon en persoonsvorm

Pagina 13                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
Sleep de persoonsvorm met de aansluitende zin naar de passende persoon en maak de zin
  compleet.
  1. Ich
  2. Du
  3. Sie (meervoud)
  4. ihr
  5. Wer

  a. darfst nicht ins Theater gehen.
  b. darf zu Hause bleiben?
  c. darf ins Kino gehen.
  d. dürfen in die Disko gehen.
  e. dürft nicht ins Kino gehen.

  Welke persoon past bij deze persoonsvorm?
  Klik de persoon aan die bij de persoonsvorm past. Soms is meer dan een antwoord juist. Kies
  alle juiste antwoorden.

      1. Ich Du Herr Müller darf morgen ins Kino gehen.
      2. Dürfenihr sie wir heute abend auf die Party gehen?
      3. Darfst er du sie mitkommen in die Pizzeria?
      4. Wir ich Siedürfen am Wochenende in die Disko gehen.
      5. Ihr Wir Die Kinder dürft heute Abend bis 22 Uhr fernsehen.
      6. Ich Mein Bruder Du darf noch nicht Auto fahren.

müssen
Gebruik de Quizlet kaarten om de persoonsvormen van müssen te oefenen.
Tip: de toetsencombinatie u-Umlaut = ü is: shift + ", dan typ je 'u'
Rechtsonder in de app kun je kiezen uit verschillende werkwijzen en de zelftest.
Maak daarna de diagnostische toets voor het rijtje van können.
Op basis van je score krijg je advies hoe je verder kunt gaan.

                             https://quizlet.com/471355212/flashcards/embed?i=1m4qfm&x=1jj1

   DT Het rijtje van 'müssen' = moeten
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548409

  Ken je het rijtje van müssen?

Pagina 14                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
Combineer persoon en persoonsvorm
  Sleep de persoonsvorm met de aansluitende zin naar de passende persoon en maak de zin
  compleet.
  1. Du
  2. Frau Krüger, Sie
  3. Ihr
  4. Man

  a. müsst den Tisch decken.
  b. müssen morgen an der Rezeption arbeiten.
  c. musst noch Hausaufgaben machen.
  d. muss sich an die Regeln halten.

  Welke persoon past bij deze persoonsvorm?
  Klik de persoon aan die bij de persoonsvorm past. Soms is meer dan een antwoord juist. Kies
  alle juiste antwoorden.

      1. Er Mein Bruder Du darf noch nicht Auto fahren.
      2. Wann muss ich wir Herr Binder morgen zur Arbeit gehen?
      3. Müssen ihr wir Sie heute Abend arbeiten?
      4. Warum musst er Sie du so früh aufstehen?
      5. Ich Du Sie muss noch Hausaufgaben machen.
      6. Müsst du er ihr immer soviel Unordnung machen?

mögen
Gebruik de Quizlet kaarten om de persoonsvormen van mögen te oefenen.
Tip: de toetsencombinatie o-Umlaut = ö is: shift + ", dan typ je 'o'
Rechtsonder in de app kun je kiezen uit verschillende werkwijzen en de zelftest.
Maak daarna de diagnostische toets voor het rijtje van mögen.
Op basis van je score krijg je advies hoe je verder kunt gaan.

                             https://quizlet.com/471355939/flashcards/embed?i=1m4qfm&x=1jj1

   DT Het rijtje van 'mögen' = lusten, houden van
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548411

  Ken je het rijtje van mögen?

Pagina 15                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
Combineer persoon en persoonsvorm
  Sleep de persoonsvorm met de aansluitende zin naar de passende persoon en maak de zin
  compleet.
  1. Du
  2. Frau Krüger
  3. Ihr
  4. Wer

  a. mag am liebsten Schokoladenkuchen.
  b. mögt diese Musik, oder?
  c. magst doch Pizza, oder?
  d. mag noch ein Eis?

  Welke persoon past bij deze persoonsvorm?
  Klik de persoon aan die bij de persoonsvorm past. Soms is meer dan een antwoord juist. Kies
  alle juiste antwoorden.

      1. Er Wer Du mag keine Horrorfilme?
      2. Magst duwir Herr Binder morgen zur Arbeit gehen?
      3. DuWir Sie mögen diese Hotel sehr.
      4. Mögt Sie ihr du noch eine Tasse Kakao?
      5. Ich Du Sie mag Englisch lieber als Deutsch.
      6. Mögen Sie ich ihr Rock 'n Roll?

wollen
Gebruik de Quizlet kaarten om de persoonsvormen van wollen te oefenen.
Rechtsonder in de app kun je kiezen uit verschillende werkwijzen en de zelftest.
Maak daarna de diagnostische toets voor het rijtje van wollen.
Op basis van je score krijg je advies hoe je verder kunt gaan.

                             https://quizlet.com/471357691/flashcards/embed?i=1m4qfm&x=1jj1

   DT Het rijtje van 'wollen' = willen
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548413

  Ken je het rijtje van wollen?

Pagina 16                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
Combineer persoon en persoonsvorm
  Sleep de persoonsvorm met de aansluitende zin naar de passende persoon en maak de zin
  compleet.
  1. Du
  2. Meine Tante
  3. Ihr
  4. Wer
  5. Meine Geschwister

  a. willst nie beim Aufräumen helfen!
  b. will am liebsten den ganzen Tag kochen.
  c. will einkaufen gehen?
  d. wollen morgen Abend eine Party feiern.
  e. wollt doch auch ins Kino gehen, oder?

  Welke persoon past bij deze persoonsvorm?
  Klik de persoon aan die bij de persoonsvorm past. Soms is meer dan een antwoord juist. Kies
  alle juiste antwoorden.

      1. MarkusEr Du will meine Geschwister anrufen.
      2. Willst ihr Sie du morgen mitkommen zum schwimmen?
      3. Was wollt wir du ihr in der Stadt machen?
      4. Frau Sänger Ich Er will am liebsten im Juli in den Urlaub fahren.
      5. Herr Maier Ich Sie will im Winter auch in den Skiurlaub fahren.
      6. Wohin wollen sie Sie wir nächstes Jahr fahren?

sollen
Gebruik de Quizlet kaarten om de persoonsvormen van sollen te oefenen.
Rechtsonder in de app kun je kiezen uit verschillende werkwijzen en de zelftest.
Maak daarna de diagnostische toets voor het rijtje van sollen.
Op basis van je score krijg je advies hoe je verder kunt gaan.

                             https://quizlet.com/471356965/flashcards/embed?i=1m4qfm&x=1jj1

   DT Het rijtje van sollen = moeten, op bevel van
   een ander
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548415

  Combineer persoon en persoonsvorm
  Sleep de persoonsvorm met de aansluitende zin naar de passende persoon en maak de zin

Pagina 17                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
compleet.
  1. Du
  2. Der Kellner
  3. Ihr
  4. Wer
  5. Alle

  a. soll das bezahlen?
  b. soll dem Gast die Speisekarte bringen.
  c. sollst heute Mittag den Tisch decken.
  d. sollt jetzt die Gläser polieren!
  e. sollen jetzt die Telefone ausschalten.

  Welke persoon past bij deze persoonsvorm?
  Klik de persoon aan die bij de persoonsvorm past. Soms is meer dan een antwoord juist. Kies
  alle juiste antwoorden.

     1. Soll ich er Mutter heute abend für dich kochen?
     2. Was sollen wir sie ihr morgen essen?
     3. Wieviele Pizzas soll der Koch sie ich backen?
     4. Sollst ihr du ich wirklich zehn Cappucinos machen?
     5. Ihr Wir Du sollt alle Tische sofort eindecken!
     6. Du Sie Ich soll sofort zum Direktor kommen.

  Oefenen met de zes modale werkwoorden
  (persoonsvormen)
  maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548416

  In de volgende opdrachten oefen je stapsgewijs met de juiste persoonsvormen van alle modale
  werkwoorden.

     1.    Je begint met de enkelvoudsvormen,
     2.    Daarna oefen je de meervoudsvormen.
     3.    Vervolgens ga je zelf bepalen of je enkelvoud en meervoud moet gebruiken.
     4.    Tenslotte oefen je tegelijk de betekenis en de persoonvorm correct te gebruiken.

  Opdracht 1: modale werkwoorden Duits enkelvoud (ich, du, er/sie/es)
  Vul de passende persoonsvorm in van het werkwoord dat tussen haakjes staat.

     1. _______________ ich mit Kreditkarte zahlen? (können)
     2. Du _______________ mit dem Bus fahren. (können)
     3. Meine Tante _______________ nach Kaffee nicht schlafen. (können)
     4. Ich _______________eine Reservierung machen. (müssen)

Pagina 18                                                     Modale werkwoorden Duits ADLdef
5. Der Kaffee _______________ heiß und stark sein. (müssen)
     6. _______________ du am Wochenende arbeiten? (müssen)
     7. _______________ ich Ihnen ein Getränk bringen? (dürfen)
     8. _______________ du heute Abend in die Disko gehen? (dürfen)
     9. Mein Bruder _______________ keine Nüsse essen. Er hat eine Nuss-Allergie. (dürfen)
    10. Isabel _______________ keine Tomaten. (mögen)
    11. _______________ du Fisch? (mögen)
    12. Nein, ich _______________ lieber Geflügel. (mögen)
    13. _______________ ich den Koffer von Frau Maier in ihr Zimmer bringen? (sollen)
    14. Du _______________nicht soviel Schokolade essen! (sollen)
    15. Herr Müller _______________schnell zum Direktor kommen. (sollen)
    16. Katrin _______________ am Samstag nicht arbeiten. (wollen)
    17. _______________ du am Sonntag arbeiten. (wollen)
    18. Ich _______________ lieber ins Kino gehen. (wollen)

  Opdracht 2: modale werkwoorden Duits meervoud (wir, ihr, sie/Sie)
  Lees de zin en vul de juiste persoonsvorm (meervoud) van het werkwoord tussen haakjes in.

     1. _______________ Sie mir bitte die Rechnung bringen. (können)
     2. Ihr _______________ heute Abend ins Kino gehen!(können)
     3. Wir _______________ leider nicht kommen.(können)
     4. Sie _______________ die Treppe nehmen, der Lift ist defekt. (müssen)
     5. Ihr _______________ heute Abend selbst kochen. Das Restaurant ist geschlossen.
            (müssen)
     6. _______________wir morgen auch Hausaufgaben machen? (müssen)
     7. _______________ihr schon Auto fahren? Ja, wir sind 18 Jahre alt. (dürfen)
     8. Sie _______________im Foyer leider nicht rauchen. (dürfen)
     9. Wir _______________in den Ferien bis Mitternacht aufbleiben. (dürfen)
    10. Frau Kessler, Sie _______________doch nicht soviel Kaffee trinken! (sollen)
    11. Ihr _______________nicht immer auf das Handy gucken! (sollen)
    12. _______________wir morgen Abend in die Stadt gehen? (sollen)
    13. _______________ihr Pizza oder lieber Pasta als Abendessen? (wollen)
    14. Wir _______________lieber Risotto essen! (wollen)
    15. Unsere Gäste _______________vor allem die Natur genießen. (wollen)
    16. _______________ihr diesen Salat? (mögen)
    17. Nein, wir _______________die Suppe. Sie ist sehr lecker. (mögen)
    18. Unsere Besucher _______________unser Frühstücksbuffet sehr. (mögen)

  Opdracht 3: meervoud of enkelvoud? Kies de passende persoonsvorm.
  Lees eerst goed de zin. Wie doet iets? Een persoon of meerder personen?
  Weet je niet meer wat de persoonlijke voornaamwoorden in het Duits betekenen?
  Hieronder staan ze nog een keer:

Pagina 19                                                   Modale werkwoorden Duits ADLdef
1. Wir willst wollen wollt      heute Abend tanzen.
     2. Sollen Soll Sollst du morgen früh um sechs Uhr arbeiten? Das ist sehr früh!
     3. Können Kannst Könnt ihr auf mich warten? Ich komme in fünf Minuten.
     4. Magst Mögt Mögen Sie wirklich keine Nudeln? Dann empfehle ich Ihnen den Salat mit
        Meeresfrüchten.
     5. Darf Dürfen Darfst      Sie keinen Alkohol trinken? Als Alternative bieten wir Bionade an.
     6. Musst Müssen Muss wir jedes Mal zum Mittagessen ins Hotel? Das ist unpraktisch.
     7. Wollt Wollen Willst Du ein Einzelzimmer oder ein Doppelzimmer reservieren?
     8. Sie können könnt kannst         von sieben bis halb elf frühstücken.
     9. Darf Dürfen Darfst ich Sie etwas fragen?
    10. Wo kann können kannst          ich ein Taxi bestellen?
    11. Ich willst wollt will     ein Zimmer mit Dusche reservieren.
    12. Welche Musik mag magst mögt               dein Vater am liebsten?
    13. Ihr müssen müsst muss          die Tische noch decken.
    14. Mögen Mögt Magst          ihr Tintenfisch?
    15. Ich mögen magst mag          Tintenfisch gar nicht.
    16. Der Koch sollst sollt soll alle Vorspeisen für halb sieben vorbereiten.
    17. Ich musst müsst muss          jeden Abend die Bar aufräumen und abschließen.
    18. Soll Sollst Sollen      ich dir helfen?

  Opdracht 4: kies de juiste persoonsvorm van het Duitse modale werkwoord

     1. Sie könnt können kannst auf der Terasse frühstücken, Herr Brunner.
     2. Dürfen Dürft Darfst         ihr heute Abend auf die Party gehen?
     3. Wir mögen mögt magst          am liebsten Cowboyfilme.
     4. Ihr sollen sollst sollt    nicht so viel Bier trinken.
     5. Wir wollt willst wollen am liebsten Bratwürstchen mit Senf essen.
     6. Meine Großeltern mögen mag mögt keine Hiphopmusik.
     7. Frau Koch, Sie müsst muss müssen noch etwas Geduld haben. Das Taxi kommt in 5
        Minuten.

Pagina 20                                                        Modale werkwoorden Duits ADLdef
Opdracht 5: kies de juiste vertaling en vul de passende persoonsvorm in
  In het volgende gesprek ontbreken werkwoorden. Kies de juiste vertaling van het werkwoord
  tussen haakjes. Vul de passende persoonsvorm in. Let op hoofdletters aan het begin van een
  zin. Typ geen spaties, een spatie wordt als fout gerekend.

     1. Wir _______________(graag zouden willen) gerne ein Wochenende nach Berlin fahren.
     2. _______________ (wissen) ihr schon in welchem Hotel ihr übernachten wollt (willen)?
     3. Nein, mein Freund _______________ (weten) es noch nicht.
     4. Er _______________ (mogen) nicht zu lang warten. Er _______________ (moet) bald
         ein Zimmer reservieren. In Berlin sind die Hotels oft schnell ausgebucht.
     5. Ihr _______________ (kunnen) in der Frühstückspension von meiner Tante übernachten.
         Ich _______________ (weten), dass sie ein wunderbares Frühstück macht. Und die
         romantische Zimmereinrichtung _______________ (mögen) du bestimmt!
     6. Mmmh, Berliner Schrippen mit frischer Butter und Rüschengardinen, das
         _______________ (mögen) ich wirklich sehr. _______________ (kunnen) du mir ihre
         Telefonnummer geben?

  Opdracht 6: kies de juiste vertaling en vul de passende persoonsvorm in
  In het volgende gesprek ontbreken werkwoorden. Kies de juiste vertaling van het werkwoord
  tussen haakjes. Vul de passende persoonsvorm in. Let op hoofdletters aan het begin van een
  zin.

  Wer _______________ (weten) wo meine Schlüssel sind?
  Ich _______________(kunnen) das nicht _______________(weten). Ich bin gerade erst nach
  Hause gekommen.

  _______________ (mogen) wir heute abend das Eurovision Festival im Fernsehen sehen?
  Oh ja, das _______________ (graag zouden willen) ich auch gerne sehen.
  Wir _______________ (kunnen) gerne zusammen fernsehen.
  _______________ (moeten, van een ander) ich gleich Pizza bestellen?
  Was für Pizza _______________ (willen) ihr?
  Ich _______________ (graag zouden willen) eine Pizza Calzone.
  Welche Pizza _______________ (lusten) du am liebsten?
  _______________ (weten) du das nicht?
  Natürlich eine Pizza Peperoni. Das _______________ (moeten) du dir jetzt endlich mal merken.

  Oefenen met de zes modale werkwoorden
  (persoonsvorm en betekenis)
  maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548417

Pagina 21                                                      Modale werkwoorden Duits ADLdef
Je gaat nu de zes modale werkwoorden steeds zelfstandiger toepassen. Dat bouw je stapsgewijs
  op.
  Het is belangrijk dat je de betekenis van de zinnen in de opdrachten begrijpt. Lees de zinnen
  goed. Bedenk met welk van de zes modale werkwoorden een zin betekenis krijgt.
  Soms zijn twee van de drie mogelijkheden goed. Vul steeds maar een werkwoord in!

  Opdracht 1: kies een passend werkwoord uit de aangegeven mogelijkheden

     1. Guten Tag, können wollen müssen         Sie mir sagen wie spät es ist?
     2. Tut mir leid, das will kann darf   ich nicht. Ich habe keine Uhr.

     3. Sollt Wollt Könnt     ihr im Sommer nach Italien fahren?
     4. Ja, das wollen sollen können       wir sehr gern. Es ist ein schönes Land.

     5. Kann Darf Muss      man im Foyer rauchen.
     6. Nein, es tut mir leid. Man mag darf kann im gesamten Hotel nicht rauchen.

     7. Müssen Dürfen Mögen        Sie nächste Woche nach München reisen?
     8. Ja, ich darf mag muss      beruflich eine Messe (een beurs) besuchen.

     9. Sollen MögenWollen wir die Koffer auf Ihr Zimmer bringen, Frau Kästner?
    10. Nein danke, die Rezeptionistin kann soll darf mir bitte ein Taxi rufen!

    11. Wollen Können Mögen Sie unsere Fischspezialitäten?
    12. Ja sehr, ich darf mag will Fisch und Meeresfrüchte sehr.

  Opdracht 2: kies een passend werkwoord uit de aangegeven mogelijkheden
  In de volgende vraag-antwoord combinaties gebruik je niet altijd hetzelfde modale werkwoord. Je
  moet dus heel goed begrijpen waar het om gaat.

     1. Kannst Magst Willst du mir bitte beim Koffer packen helfen?
     2. Nein das will mag soll     ich nicht. Du willst musst magst    es selber machen.

     3. Wollen Sollen Mögen wir dir in der Küche helfen?
     4. Natürlich, ihr sollt dürft mögt mir gerne helfen!

Pagina 22                                                   Modale werkwoorden Duits ADLdef
5. Muss Mag Soll          ich den Gästen die Speisekarte bringen?
     6. Ja, das musst kannst darfst        du so schnell wie möglich machen.

     7. Mögt Könnt Dürft ihr Salat oder Suppe als Vorspeise?
     8. Ich mag darf kann am liebsten Salat. Was darfst sollst willst du essen?

     9. Willst Kannst Magst du wirklich Tequila bestellen?
    10. Ja, das will kann soll ich. Gestern bin ich 18 Jahre alt geworden. Also mag darf soll
            ich jetzt Tequila trinken.
    11. Und Kannst Willst Magst du Tequila? Nein, ich darf sollkann das Zeug doch nicht
        trinken. Es schmeckt schrecklich!

  Opdracht 3: Vul zelf een modaal werkwoord met een passende betekenis in. Let
  op de juiste persoonsvorm.
  In de volgende zinnen ontbreekt een modaal werkwoord. Vul zelf een passend werkwoord in. Let
  op de juiste persoonsvorm. Soms zijn er meerdere opties goed. Één juiste optie is voldoende om
  een punt te behalen.

     1. Peter _______________heute nachmittag ins Kino gehen.
     2. Wir _______________im Januar in den Skiurlaub fahren.
     3. _______________du einen Kakao oder eine Latte Macchiato.
     4. Ich habe keinen Kugelschreiber. _______________du mir einen Kugelschreiber geben?
     5. Monika _______________gut Gitarre spielen.
     6. _______________Sie mir bitte sagen wie ich zum Bahnhof komme?
     7. Natürlich _______________ich das.
     8. Ihr _______________heute Abend mitkommen in die Disco.
     9. Wir _______________ immer schrecklich viel Hausaufgaben machen.
    10. _______________ihr das nicht?
    11. Ich _______________ mich beeilen (haast maken). Ich komme zu spät zur Arbeit.
    12. _______________ihr jeden Tag so früh aufstehen? Ja, immer um halb sieben.
    13. Du musst du also schon um halb acht arbeiten? Ja, aber am Wochenende
        _______________ich ausschlafen.
    14. _______________du schon an der Rezeption arbeiten? Ja, ich _______________das
        schon ganz gut.
    15. _______________du nächstes Jahr als Ober arbeiten? Nein, ich _______________das
        bedienen nicht. Ich _______________ viel besser kochen.

4. Kennisclip 4: de werkwoorden wissen' en 'möchten'

Pagina 23                                                     Modale werkwoorden Duits ADLdef
wissen en möchten
Er zijn nog twee werkwoorden die je gaat leren: wissen = weten en möchten = graag zouden willen.
Bekijk kennisclip 4 voor de uitleg.

                           https://www.powtoon.com/embed/cBeNxTivuRn/

wissen
Gebruik de Quizlet kaarten om de persoonsvormen van wissen te oefenen.
Tip: de toetsencombinatie ringel-ß is: 'Alt Gr' en 's' tegelijk in drukken
Rechtsonder in de app kun je kiezen uit verschillende werkwijzen en de zelftest.
Maak daarna de diagnostische toets voor het rijtje van wissen.
Op basis van je score krijg je advies hoe je verder kunt gaan.

                           https://quizlet.com/471358044/flashcards/embed?i=1m4qfm&x=1jj1

möchten

Gebruik de Quizlet kaarten om de persoonsvormen van möchten te oefenen.
Tip: de toetsencombinatie o-Umlaut = ö is: shift + ", dan typ je 'o'
Rechtsonder in de app kun je kiezen uit verschillende werkwijzen en de zelftest.
Maak daarna de diagnostische toets voor het rijtje van möchten.
Op basis van je score krijg je advies hoe je verder kunt gaan.

                           https://quizlet.com/471356361/flashcards/embed?i=1m4qfm&x=1jj1

   Oefenen 'wissen' = weten en 'möchten' = graag

Pagina 24                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
zouden willen
  maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548422

  Je hebt met de Quizlet kaarten de rijtjes van 'wissen' en 'möchten' geoefend.
  Met de volgende opdrachten ga je deze rijtjes nog een keer herhalen.
  Daarna vul je zinnen aan met de juiste persoonsvorm van 'wissen' en 'möchten'.
  Lees de zinnen zorgvuldig om erachter te komen wie de handelende persoon is.

  Opdracht 1: het rijtje van 'wissen'
  Combineer de persoonsvorm van wissen met de passende persoonlijke voornaamwoorden.
  1. ich, er/sie/es
  2. wir, sie/Sie
  3. du
  4. ihr

  a. wissen
  b. weiß
  c. weißt
  d. wisst

  Opdracht 2: het rijtje van 'möchten'
  Sleep de juiste persoonsvorm van möchten naar het passende persoonlijke voornaamwoord.
  1. ich, er/sie/es
  2. du
  3. wir, sie/Sie
  4. ihr

  a. möchten
  b. möchte
  c. möchtest
  d. möchtet

  Opdracht 3: persoonsvormen in van 'wissen' in zinnen
  Lees het gesprek en vul de juiste persoonsvorm in van 'wissen'. Let op hoofdlettergebruik aan het
  begin van de zin. Typ geen spatie, dat wordt fout gerekend.

     1. Entschuldigung, _______________Sie wie spät es ist?
     2. Nein, leider _______________ich es nicht.
     3. Vielleicht _______________ meine Frau es. Sie hat eine Armbanduhr.
     4. Liebling, _______________du wie spät es ist?
     5. Natürlich _______________ich das! Es ist jetzt viertel nach zwölf.
     6. _______________ ihr wann der Bus kommt?
     7. Nein, das _______________wir auch nicht.

  Opdracht 4: persoonsvormen van 'möchten' in zinnen

Pagina 25                                                   Modale werkwoorden Duits ADLdef
Lees het gesprek en vul de passende persoonsvorm van 'möchten' in. Let op hoofdlettergebruik
  aan het begin van de zin. Typ geen spaties, dat wordt fout gerekend.

     1. Guten Abend, wir _______________gerne in diesem Restaurant essen.
     2. Herzlich willkommen, _______________Sie an im Restaurant oder auf der Terasse
         sitzen?
     3. Wo _______________du sitzen?
     4. Ich _______________gerne am Fenster sitzen.
     5. _______________ Sie schon etwas zu trinken bestellen?
     6. Ja, ich _______________ein Glas Weisswein.
     7. Was _______________du trinken?
     8. Ich _______________ lieber ein Mineralwasser haben.
     9. _______________ihr heute abend ins Kino gehen?
    10. Nein, wir _______________ lieber ins Theater gehen.

  Opdracht 5: persoonsvormen in moeilijkere zinnen
  De volgende zinnen zijn ingewikkelder. De handelende persoon is soms 'verstopt' in een
  vraagwoord (Wer?) of in het woordje 'man' (Nederlands = men of je).

     1. Wer _______________ wo mein Handy ist?
     2. Woher soll ich das _______________?
     3. Was _______________ich!
     4. Vielleicht ist es in deiner Jacke. Schau mal nach. Man _______________ja nie!
     5. Was _______________Sie bestellen?
     6. Ich _______________die Tagessuppe, bitte.
     7. Wer von ihnen _______________ auch die Tagessuppe?
     8. Niemand. Wir anderen _______________lieber den Spargelsalat, bitte.
     9. Manche Leute _______________lieber gar keine Vorspeise. Sie _______________ einfach
         weniger essen.

  DT De rijtjes van 'wissen' en 'möchten'
  maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548423

  Je hebt nu geoefend met de werkwoorden wissen en möchten. Met deze toets kom je te weten
  wat je al goed kent en wat je misschien nog kunt verbeteren.

  Combineer persoon en persoonsvorm 'möchten'
  Sleep de persoonsvorm met de aansluitende zin naar de passende persoon en maak de zin
  compleet.

Pagina 26                                                  Modale werkwoorden Duits ADLdef
1. Ich
  2. Du
  3. Sie (meervoud)
  4. ihr
  5. Wer

  a. möchtet heute abend zu Hause bleiben.
  b. móchten lieber in die Disko gehen.
  c. möchtest nicht mitkommen?
  d. möchte morgen ins Kino gehen.
  e. möchte noch ein Stück Käsekuchen?

  Welke persoon past bij deze persoonsvorm 'möchten'?
  Klik de persoon aan die bij de persoonsvorm past. Soms is meer dan een antwoord juist. Kies
  alle juiste antwoorden.

     1. Ich Du Herr Müller möchte morgen nicht arbeiten.
     2. Möchten sie Herr Bruchner Sie heute abend mitkommen zur Party?
     3. Möchtest ihr du sie schwimmen gehen?
     4. Wir ich Siemöchten am Wochenende an den Strand fahren.
     5. Möchtet dein Bruder ihr sie das Eurovision Songfestival sehen.
     6. Ich Klara er möchte nicht zu spät zur Arbeit kommen.

  Combineer persoon en persoonsvorm 'wissen'
  Sleep de persoonsvorm met de aansluitende zin naar de passende persoon en maak de zin
  compleet.
  1. Ich
  2. Du
  3. Sie (meervoud)
  4. ihr
  5. Wer

  a. weiß ob wir Hausaufgaben haben?
  b. weiß die richtige Antwort!
  c. weißt nicht was du willst!
  d. wissen sehr genau, dass sie kein Bier trinken dürfen.
  e. wisst noch nicht welchen Film ihr heute abend sehen wollt.

  Welke persoon past bij deze persoonsvorm 'wissen'?
  Klik de persoon aan die bij de persoonsvorm past. Soms is meer dan een antwoord juist. Kies
  alle juiste antwoorden.

     1. Ich Du Frau Kramer weiß immer eine Antwort.
     2. Wissenihr sie wir, was es heute Abend zu essen gibt?
     3. Weißt er du sie, wann der Film anfängt?
     4. Die Kinder Ich Siewissen nicht wohin wir in den Urlaub fahren
     5. Wisst mein Bruderwirihr, warum der Bus nicht kommt?
     6. Ich meine Schwester Frau Kramer, wissen Sie, wie der Laptop funktioniert?

Pagina 27                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
Wanneer gebruik je mögen en wanneer gebruik je möchten?

Dat lijkt ingewikkeld maar het valt mee. Belangrijk is dat je de twee werkwoorden goed verstaat als je
luistert. Dat kun je leren!
Bekijk het filmpje met voorbeeldzinnen. Lees en spreek mee! Hoor je het verschil tussen mögen en
möchten? Het werkwoord wollen neem je meteen mee!

                             https://youtu.be/g6-oR2R0UN4

   Oefenen 'mögen' of 'möchten': een belangrijk
   verschil
   maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548425

  In de horeca en hospitality beroepen ga je om met wensen en voorkeuren van je gasten.
  Vanzelfsprekend houd je rekening met wat de gast graag heeft of lust, en met wat de gast graag
  zou willen (hebben).
  Dat is nou net het verschil tussen
  'mögen' = graag hebben, lusten, houden van, lekker vinden en
  'möchten' = graag zouden willen (hebben)
  In de volgende opdrachten ga je met 'mögen' en 'möchten' in zinnen oefenen. Lees de zinnen

Pagina 28                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
goed en probeer je de situatie voor te stellen waarin het gesprek plaats vindt.

  Oefenen met de persoonsvormen
  Sleep het passende werkwoord op zijn plek.

      1. Ich _______ Apfelsaft. Ich _______ ein Glas Apfelsaft bestellen.
      2. Du _______ Tee. _______ du ein Kännchen Tee bestellen?
      3. Wir _______ Schokoladentorte. Alle Gäste _______ ein großes Stück Torte.
      4. Was _______ ihr am liebsten? _______ ihr lieber Apfelkuchen?

  Beschikbare keuzes:

  mögen , mögt, möchten , möchte , Möchtet , Möchtest , magst , mag

  Oefenen met vertalen en persoonsvormen
  In het volgend gesprek ontbreken persoonsvormen van het werkwoord tussen haakjes. Vertaal
  en vul dan de juiste persoonsvorm in.

  Was _______________ Sie trinken? (graag zouden willen (hebben))
  Ich _______________ (lusten) Ceylontee. Ich _______________ (graag zouden willen) ein
  Kännchen Ceylontee bestellen.
  _______________ Sie Zitrone oder Milch zum Tee? (graag zouden willen (hebben))
  Ich _______________ etwas warme Milch, bitte. (graag zouden willen (hebben))

  Zelf kiezen uit mögen en mochten en de persoonsvorm invullen
  Kies mögen of möchten en vul de passende persoonsvorm in. Typ geen spatie en let op
  hoofdletters aan het begin van een zin.

      1. Ich _______________Orangensaft. Ich _______________ein Glas Orangensaft bestellen.
      2. Du _______________Kaffee. _______________du ein Kännchen Kaffee bestellen?
      3. Wir _______________Käsetorte. Alle Gäste _______________ ein großes Stück
         Käsetorte.
      4. Was _______________ihr am liebsten? _______________ihr lieber Pflaumenkuchen?

5. Diagnostische toets

Maak de diagnostische toets. Je ziet dan welke leerstof je al beheerst en wat je nog kunt verbeteren.
Je kunt eerst nog de betekenis van de zes modale werkwoorden weer ophalen.

Pagina 29                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
Betekenis van de modale werkwoorden
  maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548428

  Je had kennisclip 2 al bekeken. Weet je de betekenis van de 6 modale werkwoorden in het Duits
  nog?

  Sleep de passende Nederlandse betekenis naar het Duitse werkwoord

     1. müssen = _______
     2. können = _______
     3. wollen = _______
     4. dürfen = _______
     5. mögen = _______
     6. sollen = _______

  Beschikbare keuzes:

  lusten, houden van, kunnen, moeten, willen, moeten, bevel van een ander, mogen

  Sleep de passende Duitse werkwoord naar de Nederlandse vertaling

     1. moeten = _______
     2. kunnen = _______
     3. willen = _______
     4. mogen = _______
     5. moeten, bevel van een ander = _______
     6. lusten, houden van = _______

  Beschikbare keuzes:

  müssen, mögen, wollen, können, sollen, dürfen

Pagina 30                                                 Modale werkwoorden Duits ADLdef
Diagnostische toets (alle 8 werkwoorden)
  maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/6548430

  Je gaat nu vier sets van opdrachten maken. In de opdrachten laat je zien hoe goed je de acht
  werkwoorden al beheerst. De opdrachten gaan over de betekenis, de persoonsvormen en de
  betekenis in een tekst of gesprek.
  Je kunt 35 punten behalen. Met 25 punten heb je 70 % van de opdrachten goed gemaakt en kun
  je door naar de afsluitende toets.

  Opdracht 1: combineer persoonsvormen met persoonlijke voornaamwoorden
  Sleep de persoonsvorm naar het passende persoonlijk voornaamwoord.
  1. ich
  2. du
  3. wir/sie/Sie
  4. ihr
  5. Wer

Pagina 31                                                  Modale werkwoorden Duits ADLdef
a. will?
  b. mögt
  c. weiß
  d. müssen
  e. darfst

  Opdracht 2: Welke betekenis past?
  Typ de Nederlandse betekenis van het onderstreepte werkwoord in het invulvak.
  Gebruik de vertalingen zoals je die op de Quizlet kaarten hebt geoefend.

     1. Ich möchte ein Zimmer reservieren, bitte. _______________
     2. Wer kann mir sagen was ein Modalverb ist? _______________
     3. Wohin sollen wir die Koffer bringen? _______________
     4. Was darf ich Ihnen bringen? _______________
     5. Wer von Ihnen mag Pilzsuppe? _______________
     6. Was wollt ihr heute zum Mittagessen bestellen? _______________
     7. Was weißt du über Deutschland? _______________
     8. Was muss ich über die deutsche Küche wissen? _______________

  Opdracht 3: pas modale werkwoorden toe in zinnen
  In de volgende gesprekken ontbreken werkwoorden. Lees de dialogen goed.
  Kies uit de modale werkwoorden + wissen en möchten het juiste werkwoord.
  Vul de passende persoonsvorm in.
  Soms zijn twee of drie oplossingen mogelijk. Vul er een in.

     1. Wir _______________ keinen Wein. Wir trinken lieber Apfelsaft.
     2. Ihr _______________ kein Bier trinken. Ihr seid zu jung.
     3. Ihr _______________ ein nicht-alkoholisches Getränk bestellen.
     4. Die Kinder _______________ nicht soviel Kakao trinken. Er ist zu süß.
     5. Man _______________ auf die Kalorien achten.
     6. Wer _______________ uns die Speisekarte bringen?
     7. Die Kellnerin _______________ jetzt die Bestellungen notieren.
     8. Was _______________ Sie bestellen?
     9. Wer _______________ wie viele verschiedene Gerichte auf der Speisekarte stehen?

  Opdracht 4: kies het passende werkwoord en de passende persoonsvorm
  In de volgende gesprekken ontbreken werkwoorden. Lees de dialogen goed.
  Kies uit de modale werkwoorden + wissen en möchten het juiste werkwoord.
  Vul de passende persoonsvorm in.

Pagina 32                                                   Modale werkwoorden Duits ADLdef
1. In welches Restaurant _______________ du heute Abend gehen?
      2. Das _______________ ich noch nicht.
      3. Ich _______________ es aber jetzt schon wissen.
      4. Wenn es weit weg ist, _______________ wir ein Taxi bestellen.

      1. Was _______________ du essen?
      2. Ich mache Diät. Ich _______________ nicht essen was ich am liebsten essen will:
         Eisbein mit Sauerkraut.
      3. Tja, du _______________ etwas bestellen das nicht so fett ist. Bestell doch Salat!
      4. Salat _______________ ich aber nicht!

      1. Wer _______________ mir helfen den Tisch zu decken?
      2. Ich _______________ nicht helfen, ich muss noch Hausaufgaben machen!
      3. Maria, du _______________ deiner Mutter helfen!
      4. Ich _______________ aber nicht. Ich habe keine Lust zu helfen!

6. Afsluitende toets Duitse modale werkwoorden, wissen en
möchten

Maak nu de afsluitende toets over de Duitse modale werkwoorden, 'wissen' en 'möchten' (deel 1 van
het formulier)
Ik ben ook heel benieuwd hoe het je beviel om met dit leerarrangement te werken. Zou je voor mij
de enquête in deel 2 van het formulier willen invullen? Dank je wel!

                         https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLScq7n36fJJS0ilvt02EZfOM8wBt4B4_F5gWk1Tf0c
                         embedded=true

Complimenten!

Pagina 33                                                   Modale werkwoorden Duits ADLdef
Je bent een doorzetter!
Jij:
       weet nu wat functie is van modale werkwoorden
       kent de betekenis is van de Duitse modale werkwoorden
       kent de persoonsvormen van deze werkwoorden
       kunt deze werkwoorden correct spellen en uitspreken
       weet hoe je deze werkwoorden in gesprekken met gasten en klanten gebruikt
       ziet aan de uitslag van de diagnostische toets aan het einde welke vaardigheden je al heel goed
       beheerst en op welke onderdelen je nog kunt verbeteren.

Maar eerst heb je wel een pauze verdient!

Pagina 34                                                   Modale werkwoorden Duits ADLdef
Bronnen

Kennisclips, toetsen, teksten, oefeningen en opdrachten: Frauke Joester, 2021
Kennisclips: zijn gemaakt met de gratis versie van Powtoon (powtoon.com). Alle illustraties zijn
afkomstig uit de bibliotheek van Powtoon, met uitzondering van de emojij's in kennisclip 2 en 3.
Emoji's in kennisclip 2 en 3: All emojis designed by OpenMoji – the open-source emoji and icon
project. License: CC BY-SA 4.0. De emoji's zijn ontworpen door studenten en docenten van de
Hochschule für Gestaltung, Schwäbisch Gmünd, Deutschland en externe ontwerpers.
Afbeelding: de afbeelding van de Duits vlag is ongewijzigd gebruikt en afkomstig van
CreativeCommons.org ("German flag" by fdecomite is licensed under CC BY 2.0).
Afbeeldingen van Pixabay.com: Pixabay License Freie kommerzielle Nutzung Kein Bildnachweis
nötig

AnnaliseArt, A. (z.d.). Macarons [Grafiek]. Pixabay.com. https://pixabay.com/de/illustrations/kuchen-
geb%C3%A4ck-makronen-krapfen-4206058/
Lachmann-Anke, P. (z.d.). Siegerehrung [Grafiek]. Pixabay.com.
https://pixabay.com/de/illustrations/sieger-ehrung-gewinner-podest-1019835/
Youtube video's: er zijn zeven video's als remedierend materiaal opgenomen in dit arrangement.
Andrea Thionville. (2017a, februari 21). Deutsche Modalverben lernen: mögen, möchten & wollen +

Pagina 35                                                   Modale werkwoorden Duits ADLdef
Essen & Trinken – Learn German Modal Verbs [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?
v=g6-oR2R0UN4&t=4s
Andrea Thionville. (2017b, maart 8). Deutsches Modalverb “können” - Sport + Musik - German lesson
for beginners (A1) [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=jkCguYQz23E&t=12s
Andrea Thionville. (2017c, maart 20). Deutsche Bürokratie: Dokumente, Institutionen, Termine +
Modalverb müssen – learn German [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?
v=v8Aa10SSXdc&t=35s
Andrea Thionville. (2017d, april 4). Deutsches Modalverb “dürfen” - Verboten oder erlaubt? German for
beginners [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=8o5xXqdikRo&t=8s
Andrea Thionville. (2017e, mei 8). Deutsches Modalverb „sollen“ – Haushalt, Essen,
Empfehlungen/Verpflichtungen – German lesson [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?
v=X8LF0RvM4J0&t=4s
Andrea Thionville. (2020, 6 april). Deutsch lernen: das Verb “wissen” - Konjugationen & nützliche
Beispielsätze / German lesson A2 / B [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?
v=NqtX5rBum04&t=4s
Martin Ringenaldus. (2013, 1 januari). Bijles Duits grammatica 9: het persoonlijk voornaamwoord
[Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=YyiKji5uIL8&t=90s

Video's die als remedierend materiaal opgenomen zijn:
Andrea Thionville. (2017a, februari 21). Deutsche Modalverben lernen: mögen, möchten & wollen +
Essen & Trinken – Learn German Modal Verbs [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?
v=g6-oR2R0UN4&t=4s
Andrea Thionville. (2017b, maart 8). Deutsches Modalverb “können” - Sport + Musik - German lesson
for beginners (A1) [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=jkCguYQz23E&t=12s
Andrea Thionville. (2017c, maart 20). Deutsche Bürokratie: Dokumente, Institutionen, Termine +
Modalverb müssen – learn German [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?
v=v8Aa10SSXdc&t=35s
Andrea Thionville. (2017d, april 4). Deutsches Modalverb “dürfen” - Verboten oder erlaubt? German for
beginners [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=8o5xXqdikRo&t=8s
Andrea Thionville. (2017e, mei 8). Deutsches Modalverb „sollen“ – Haushalt, Essen,
Empfehlungen/Verpflichtungen – German lesson [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?
v=X8LF0RvM4J0&t=4s
Martin Ringenaldus. (2013, 1 januari). Bijles Duits grammatica 9: het persoonlijk voornaamwoord
[Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=YyiKji5uIL8&t=90s

Pagina 36                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
Over dit lesmateriaal

Colofon
                 Auteur van alle kennisclips, toetsen, teksten, oefeningen en opdrachten: Frauke
                 Joester. Kennisclips: zijn gemaakt met de gratis versie van Powtoon
                 (powtoon.com). Alle illustraties zijn afkomstig uit de bibliotheek van Powtoon, met
                 uitzondering van de emojij's in kennisclip 2 en 3. Emoji's: 
                 zijn afkomstig van de website openmoji.org en vallen onder de Creative Commons
                 licentie CC BY-SA 4.0. De emoji's zijn ontworpen door studenten en docenten
                 van de Hochschule für Gestaltung, Schwäbisch Gmünd,
                 Deutschland en externe ontwerpers. Afbeelding: de afbeelding van de Duits
                 vlag is ongewijzigd gebruikt en afkomstig van CreativeCommons.org ("German flag" by fdecomite is licensed under CC BY 2.0). Youtube video's: er zijn vijf
                 video's opgenomen in dit arrangement. Alle video's zijn gepubliceerd door
                 onder de naam 'Andrea Thionville' van teddylingua.de. De auteur is
                 Andrea Chamberlain.

                 Auteur                  Frauke Joester
                 Laatst gewijzigd        09 february 2021 om 23:42
                 Licentie                Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons
                                         Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit
                                         houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en
                                         publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

                                               het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door
                                               te geven via elk medium of bestandsformaat
                                               het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en
                                               afgeleide werken te maken
                                               voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

                                         Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0
                                         Internationale licentie

Aanvullende informatie over dit lesmateriaal
Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

Eindgebruiker         leerling/student
Moeilijkheidsgraad gemiddeld
Trefwoorden           duits, modale werkwoorden

Gebruikte Wikiwijs Arrangementen
Joester, Frauke. (z.d.). Modale werkwoorden Duits - kopie 1. https://maken.wikiwijs.nl/169802/Moda
le_werkwoorden_Duits___kopie_1

Pagina 37                                                    Modale werkwoorden Duits ADLdef
Pagina 38   Modale werkwoorden Duits ADLdef
Sie können auch lesen